ECLI:NL:RBDHA:2026:3227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister werd op 5 april 2024 verantwoordelijk voor de behandeling van deze aanvraag. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de minister uiterlijk op 5 oktober 2025 moest beslissen.
Eiser stelde de minister op 9 september 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de wet is een ingebrekestelling pas geldig als deze na het verstrijken van de beslistermijn wordt gedaan. Hierdoor is het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.