ECLI:NL:RBDHA:2026:3203
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene in detentie
De rechtbank Den Haag heeft op 19 januari 2026 een aansluitende zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die momenteel in een penitentiaire inrichting verblijft. Het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging is gebaseerd op een medische verklaring, een zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in middelengebruik, wat leidt tot ernstig nadeel zoals agressief gedrag, suïcidaliteit en psychotische ontregelingen.
Tijdens de zitting gaf betrokkene aan geen bezwaar te hebben tegen de zorgmachtiging en erkende de noodzaak van zorg en medicatie, bij voorkeur in een ambulante setting. De advocaat uitte twijfels over de medische verklaring, omdat deze was gebaseerd op een onderzoek terwijl betrokkene in detentie was en mogelijk niet in staat was tot een gesprek. De psychiater en officier van justitie stelden echter dat een nieuw onderzoek weinig zou toevoegen en dat de verlenging noodzakelijk is om het risico op medicatiestaking en hernieuwde ontregeling te voorkomen.
De rechtbank achtte de medische verklaring voldoende zorgvuldig en concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg is evenredig en noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, en geldt tot 19 januari 2027.
De beschikking is uitgesproken door rechter C.G. Meeder en griffier K. Houdijk, en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 30 januari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot 19 januari 2027 voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene in detentie.