ECLI:NL:RBDHA:2026:3203

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697626 / FA RK 26-325
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wvggz voor betrokkene in detentie

De rechtbank Den Haag heeft op 19 januari 2026 een aansluitende zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die momenteel in een penitentiaire inrichting verblijft. Het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging is gebaseerd op een medische verklaring, een zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in middelengebruik, wat leidt tot ernstig nadeel zoals agressief gedrag, suïcidaliteit en psychotische ontregelingen.

Tijdens de zitting gaf betrokkene aan geen bezwaar te hebben tegen de zorgmachtiging en erkende de noodzaak van zorg en medicatie, bij voorkeur in een ambulante setting. De advocaat uitte twijfels over de medische verklaring, omdat deze was gebaseerd op een onderzoek terwijl betrokkene in detentie was en mogelijk niet in staat was tot een gesprek. De psychiater en officier van justitie stelden echter dat een nieuw onderzoek weinig zou toevoegen en dat de verlenging noodzakelijk is om het risico op medicatiestaking en hernieuwde ontregeling te voorkomen.

De rechtbank achtte de medische verklaring voldoende zorgvuldig en concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De verplichte zorg is evenredig en noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en toezicht, en geldt tot 19 januari 2027.

De beschikking is uitgesproken door rechter C.G. Meeder en griffier K. Houdijk, en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 30 januari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot 19 januari 2027 voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene in detentie.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697626 / FA RK 26-325
Datum beschikking: 19 januari 2026

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , [geboorteland]
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de Penitentiaire inrichting te [plaats] ,
advocaat: mr. I. Baardman te Amsterdam.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 januari 2026, is verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 8 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 7 januari 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 9 januari 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Arabische taal, meneer M. el Barbary;
- de officier van justitie, mr. H.F. van Kregten (telefonisch gehoord);
- de onafhankelijk psychiater, [naam] (telefonisch gehoord).

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft aangevoerd dat betrokkene zich niet verzet tegen de zorgmachtiging. Betrokkene erkent dat zorg en medicatie nodig zijn en geeft de voorkeur aan behandeling in een ambulante setting. De advocaat heeft overigens wel twijfels over de wijze waarop de medische verklaring tot stand is gekomen. De medische verklaring is volledig gebaseerd op het verleden, terwijl betrokkene nota bene in detentie was, dus wel degelijk beschikbaar voor een onderzoek. Derhalve bepleit de advocaat aanhouding van het verzoek.
Op die manier kan naast een medisch onderzoek ook worden bezien wat maatschappelijk hulp voor betrokkene kan betekenen.
Betrokkene heeft verklaard dat hij geen bezwaar heeft tegen de zorgmachtiging. Over het onderzoek in het kader van de medische verklaring geeft hij aan dat hij mentaal onstabiel was, waardoor hij niet in staat was een gesprek te voeren met de onafhankelijk psychiater. Daarnaast beschikt betrokkene momenteel niet over een woonruimte, waardoor het nog onzeker is waar hij heen zal gaan na zijn detentie. Betrokkene is bereid zijn medicatie te blijven gebruiken.
De psychiater heeft verklaard dat betrokkene psychotisch kwetsbaar is en dat dit voortkomt uit schizofrenie. Betrokkene is hiervoor in behandeling geweest en krijgt momenteel ook medicatie. Op dit moment is betrokkene stabiel. In het verleden hebben zich situaties voorgedaan dat betrokkene zich niet aan de behandelafspraken hield en daardoor weer ontregelde. Zonder zorgmachtiging bestaat het risico dat betrokkene zijn medicatie staakt en opnieuw middelen gaat gebruiken. Gelet op de ernst van de feiten waarvoor betrokkene is veroordeeld, die onder invloed van de psychotische stoornis zijn gepleegd, is een zorgmachtiging noodzakelijk. Mocht betrokkene na zijn detentie niet klinisch worden opgenomen, is het van belang dat de behandeling wordt voortgezet in een ambulante setting.
Ten aanzien van het verweer dat de advocaat voert met betrekking tot het gebrek in het opstellen van de medische verklaring, heeft de psychiater verklaard dat een nieuwe medische verklaring weinig zal toevoegen. Op basis van de informatie waarover de psychiater ten tijde van de zitting beschikt, zou hij niet tot een afwijkende medische verklaring zijn gekomen.
De psychiater heeft voorafgaand aan het opstellen van de medische verklaring contact gehad met de zorgverantwoordelijke. Naar aanleiding van dit overleg is besloten om een verlening van de zorgmachtiging aan te vragen en niet te wachten tot het moment dat het einde van de detentie in zicht zou komen. Op deze manier kan de zorg ook na detentie worden gecontinueerd. Dit is een bewuste afweging geweest vanuit de zorgverantwoordelijke. Het traject voorafgaand aan de aanvraag van een zorgmachtiging neemt tijd met zich mee. Indien er een eerste zorgmachtiging zou zijn aangevraagd, zou dit niet tot een andere uitkomst hebben geleid.
De officier van justitie geeft aan zich aan te sluiten bij het standpunt van de psychiater.

Beoordeling

Op 4 februari 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden tot en met 4 februari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie, een posttraumatische stressstoornis en een stoornis in cannabis- en cocaïnegebruik.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene vertoont tijdens een psychose agressief gedrag, stalkingsgedrag en suïcidaliteit. Er is sprake van achterdocht, het horen van stemmen en wanen. Betrokkene is meermaals gedwongen opgenomen geweest wegens psychotische ontregelingen. Betrokkene stopt op eigen hand met medicatie wat resulteert in psychotische ontregelingen. Hij is bij meerdere instanties in zorg geweest en heeft ook meerdere keren in detentie gezeten vanwege zijn psychotische toestandsbeeld. Betrokkene zit momenteel in detentie omdat hij zich niet aan de voorwaarden hield.
De rechtbank acht de medische verklaring voldoende zorgvuldig. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene weliswaar localiseerbaar was, maar dat onbestreden is dat op de geplande momenten betrokkene niet in staat was om zijn situatie met de psychiater te bespreken (en ook overigens betrokkene de strekking van de medische verklaring niet bestrijdt).
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene geeft aan dat hij bereid is zijn medicatie te blijven gebruiken. Het risico bestaat echter dat wanneer er geen zorgmachtiging is, betrokkene zijn medicatie zal staken. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten, telkens voor de duur van maximaal vier weken;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor de duur van maximaal vier weken;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank stelt vast dat de problematiek van betrokkene kwetsbaar is wanneer hij uit detentie zal komen. Het risico op ernstig nadeel is voldoende voorzienbaar als er geen zorg is. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten, telkens voor de duur van maximaal vier weken;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene, telkens voor de duur van maximaal vier weken;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 januari 2027;
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 30 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.