ECLI:NL:RBDHA:2026:3171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694010 / FA RK 25-8279
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247a BWArt. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken en vakanties bij co-ouderschap minderjarige

Partijen zijn de ouders van een minderjarige geboren in 2022, waarbij de hoofdverblijfplaats bij de moeder is. De vader heeft het kind erkend en samen oefenden zij gezamenlijk gezag uit. Op 5 juli 2024 is een ouderschapsplan opgesteld met een toekomstige co-ouderschapsregeling zodra de vader een eigen woonruimte zou hebben.

De vader verzoekt de rechtbank om de zorg- en opvoedingstaken te verdelen conform het ouderschapsplan met een 2-2-3 weekritme en een gelijke verdeling van vakanties en feestdagen. De moeder verzet zich hiertegen vanwege zorgen over het alcoholprobleem van de vader en de ontwikkelingsachterstand van het kind, en verzoekt om contact onder professionele begeleiding.

De rechtbank overweegt dat het kind 3,5 jaar oud is, bij de moeder woont en momenteel alleen in de weekenden contact heeft met de vader. Gezien de ontwikkelingsachterstand en de zorgen acht de rechtbank het niet verantwoord om de zorgregeling uit te breiden naar co-ouderschap. Wel wordt het contact in het weekend gehandhaafd. Daarnaast worden de ouders verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling om de communicatie te verbeteren. De vakanties en feestdagen worden verdeeld volgens afspraken gemaakt tijdens de zitting.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot co-ouderschap af en handhaaft de huidige weekendzorgregeling met verwijzing naar ouderschapsbemiddeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8279
Zaaknummer: C/09/694010
Datum beschikking: 19 januari 2025

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 3 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. da Silva in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Bauman in ’s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht met bijlagen van 27 november 2025 van de vader;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder.
Op 22 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats].
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • Volgens een aantekening in het gezagsregister op 7 februari 2022 oefenen de ouders gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.
  • Partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:247a BW op 5 juli 2024 een ouderschapsplan opgesteld, inhoudende:
  • de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] is bij de moeder bepaald;
  • vanaf het moment dat de vader over een eigen woonruimte beschikt zullen de ouders een co-ouderschap hanteren waarbij de zondag de wisseldag zal zijn;
  • met betrekking tot de vakanties en feestdagen:
  • Verjaardag [minderjarige]: volgens de reguliere zorgregeling;
  • Verjaardagen ouders, Vader- en Moederdag: [minderjarige] wordt in de gelegenheid gesteld deze te vieren ongeacht bij wie hij is;
  • Vakanties: het streven is om een aantal vakanties gezamenlijk door te brengen, de overige tijd wordt zoveel mogelijk bij helfte gedeeld.
  • Feestdagen worden ingevuld aan de hand van de wederzijdse wensen en familieplannen
  • Binnen twee weken na ontvangst van het schoolrooster wordt een verdeling van de vakanties, vastgestelde feestdagen en roostervrije dagen gemaakt.

Verzoek en verweer

De vader heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
  • de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen conform het ouderschapsplan van 5 juli 2024 en daarbij een 2-2-3 weekritme te hanteren (bijvoorbeeld ma – di bij 1 ouder, woe – do bij ouder 2 en het weekend alternerend) met overdracht op school of de opvang om 17:00 uur bij de woning van de ontvangende ouder, dan wel een regeling te bepalen die de rechtbank in goede justitie juist acht;
  • de vakanties en feestdagen bij helfte te verdelen, in de even jaren de eerste helft van elke schoolvakantie bij de vader, en in de oneven jaren de tweede helft. De nationale feestdagen en verjaardagen bij helfte verdelen en alternerend;
  • een informatieplicht vast te stellen waarbij ieder van de ouders de ander onverwijld informeert over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot de gezondheid, onderwijs en ontwikkeling. School en instellingen krijgen toestemming om met beide ouders te communiceren;
  • reisafspraken: buitenlandse reizen worden minimaal vier weken van tevoren met data en contactgegevens gedeeld;
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de minderjarige voortaan alleen onder professionele begeleiding en toezicht in een omgangshuis met de vader contact zal hebben.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De vader verzoekt vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) conform het ouderschapsplan van 5 juli 2024. De vader voert daartoe het volgende aan. Na het einde van de relatie is de vader dakloos geraakt. Hij heeft toen hulpverlening gehad en via de [instantie 1] tijdelijk begeleid gewoond. Sinds augustus 2025 heeft de vader een eigen woning waar [minderjarige] kan blijven overnachten. De vader stelt dat de ouders in het ouderschapsplan hadden opgenomen dat vanaf het moment dat hij een eigen woonruimte had een co-ouderschapsregeling zou gaan lopen. Tot op heden is er geen uitvoering gegeven aan deze regeling omdat de ouders van mening verschillen over de concrete invulling. De moeder houdt sinds de vakantie naar Marokko het contact tegen terwijl de vader uitvoering wil geven aan het ouderschapsplan. Daarnaast wil de vader een verdeling van de vakanties en feestdagen.
De moeder voert verweer. Zij maakt zich veel zorgen om [minderjarige] als hij bij de vader is. Volgens de moeder heeft de vader een alcoholprobleem en is hij daarvoor onder behandeling bij de [instantie 2]. Daarnaast heeft [minderjarige] een ontwikkelingsachterstand en kan hij niet (goed) praten. Een uitbreiding van de huidige regeling vindt de moeder dan ook niet in het belang van [minderjarige], en het liefst wil de moeder dat het contact onder begeleiding zal plaatsvinden.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn uit elkaar gegaan in het eerste jaar dat [minderjarige] geboren is. Inmiddels is [minderjarige] 3,5 jaar oud, woont hij bij de moeder en heeft hij voornamelijk in de weekenden contact met de vader. Verder staat [minderjarige] aangemeld bij [instantie 3] en [instantie 4] voor hulpverlening. De rechtbank overweegt verder dat uit het advies van Integrale Vroeghulp van 21 augustus 2025 blijkt dat er geen duidelijke oorzaak is gevonden voor de ontwikkelingsachterstand van [minderjarige]. Het advies is om logopedie voort te zetten en [minderjarige] aan te melden bij [instantie 5] voor ambulante begeleiding thuis en op de peuterspeelzaal.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank momenteel geen aanleiding om het verzoek van de vader toe te wijzen. Hoewel vastgelegd in het ouderschapsplan is er nooit een gelijke verdeling van de zorgtaken tussen de ouders geweest. Door de zorgen rondom [minderjarige] acht de rechtbank de overgang te groot om nu de zorgregeling uit te breiden naar een co-ouderschapsregeling. Aan de andere kant ziet de rechtbank in hetgeen de moeder heeft aangevoerd onvoldoende om het contact onder begeleiding te laten plaatsvinden. De rechtbank zal daarom de zorgregeling vastleggen waar op dit moment uitvoering aan wordt gegeven, te weten dat [minderjarige] ieder weekend van vrijdag 17:00 uur tot en met zondag 17:00 uur bij de vader is. Verder hebben de ouders op de zitting afgesproken dat de moeder gaat kijken bij de nieuwe woning van de vader om zo meer vertrouwen te krijgen in de plek waar [minderjarige] de weekenden zal verblijven.
Ouderschapsbemiddeling
Gebleken is dat de onderlinge communicatie tussen de ouders op dit moment niet goed loopt. In dat kader is op de zitting met de ouders gesproken over deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling met als doel het verbeteren van de onderlinge verstandhouding en de communicatie. Beide ouders hebben hiermee ingestemd. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal van doorverwijzing. Dit proces-verbaal is al per e-mailbericht gezonden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking ook per post sturen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van het verloop van het traject. Het verbeteren van de verstandhouding en de communicatie ligt in de handen van de ouders. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat partijen de kans om deel te nemen aan voornoemd traject in het belang van [minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen.
Vakanties en feestdagen
De ouders hebben op de zitting afspraken gemaakt over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Zij hebben daarbij afgesproken dat in de korte vakanties de reguliere zorgregeling doorloopt en dat in de vakanties van twee weken [minderjarige] de eerste week bij de vader is, met als wisselmoment de vrijdag om 17:00 uur. Voor de zomervakantie hebben de
ouders afgesproken dat zij een week-op-week-af regeling hanteren en dat zij over de concrete invulling daarvan overleg hebben samen.
Informatieplicht / reisafspraken
Deze verzoeken zijn op de zitting niet aan de orde gekomen. De rechtbank ziet geen aanleiding deze verzoeken toe te wijzen. In de ouderschapsbemiddeling kunnen de ouders hierover nadere afspraken maken.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van het door de ouders ondertekende ouderschapsplan van 5 juli 2024 – :
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats], bij de vader is: ieder weekend van vrijdag tot en met zondag;
*
bepaalt dat de vakanties en feestdagen als volgt zullen worden verdeeld:
  • in de korte vakanties van één week: conform de reguliere zorgregeling;
  • in de twee wekelijkse vakanties: in de eerste week is [minderjarige] van vrijdag 17:00 uur tot de week daarna vrijdag 17:00 uur bij de vader, en de tweede week vanaf vrijdag 17:00 uur bij de moeder;
  • in de zomervakantie: conform een week-op-week-af verdeling;
  • alle overige feestdagen: in onderling overleg;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader]
(de vader),
wonende aan de [adres 1], [postcode 1] in [plaats],
en
[de moeder]
(de moeder),
wonende aan de [adres 2], [postcode 2] in [plaats]
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 19 januari 2026.