6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich in een zeer korte periode schuldig gemaakt aan een serie van geweldshandelingen, te weten twee pogingen tot zware mishandeling, waarvan één in vereniging, en twee mishandelingen, waarvan ook één in vereniging. Dit zijn ernstige feiten. De verdachte heeft door zo te handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van meerdere personen, onder wie ook twee minderjarigen. Het door hem gepleegde geweld had bovendien geen enkel aanwijsbaar doel en de verdachte lijkt volledig uit de bocht te zijn gevlogen. Hij heeft zich laten leiden door wraakgevoelens en loyaliteit aan zijn eigen familieleden, maar heeft daarbij geenszins stilgestaan bij de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor zijn slachtoffers. Uit de verklaringen van de slachtoffers in het dossier blijkt ook hoezeer zij zijn geschrokken en wat voor impact het tegen hen gebruikte geweld op hen heeft gehad. Bovendien vonden alle feiten plaats in de openbare ruimte en waren er in bijna alle gevallen ook omstanders aanwezig. Ook zij zullen mogelijk nog langere tijd het gevoel hebben dat zij op straat op hun hoede moeten zijn voor onverwachte en gevaarlijke situaties zoals veroorzaakt door de verdachte. De verdachte heeft daarmee niet alleen schade aangericht bij de slachtoffers, maar ook bijgedragen aan algemene gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 28 oktober 2025. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij in de afgelopen vijf jaar eerder is veroordeeld voor geweldsfeiten en dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde tevens nog in een proeftijd liep.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 30 oktober 2025, waarin onder andere wordt geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen. Er is sprake van een gemiddeld recidiverisico, waarbij het risico op letsel ook wordt ingeschat als gemiddeld.
De reclassering omschrijft de verdachte als een jongeman die een vriendin en een pasgeboren zoon heeft, zonder vast inkomen en waarbij sprake is van schuldenproblematiek. Dat ziet de reclassering als risico verhogend. Er zijn geen aanwijzingen voor problematisch middelengebruik. De verdachte heeft weliswaar een steunend familiair netwerk in de vorm van zijn moeder, jongere broer en opa en oma, maar aan de andere kant vormt zijn sociaal/familiair netwerk ook een risico. Dat ziet met name op het contact met zijn neef. Loyaliteit naar zijn familie, impulsiviteit, sensatie, vatbaarheid voor negatieve beïnvloeding en een negatief netwerk lijken een rol te hebben gespeeld in het bewezenverklaarde. Mogelijk is er sprake van agressieregulatieproblematiek. Het psychosociaal functioneren van de verdachte, zijn houding en het sociaal/familiair netwerk worden zodoende als risico verhogend gezien.
De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, verplichte ambulante behandeling, begeleid wonen, een contactverbod met de medeverdachte en de twee minderjarige slachtoffers, een locatieverbod met elektronische monitoring voor de gemeente Alphen aan den Rijn, een locatiegebod met elektronische monitoring en meewerken aan dagbesteding.
Ter terechtzitting heeft de toezichthouder van de verdachte toegelicht dat de verdachte inmiddels bij zijn opa verblijft, omdat begeleid wonen voor hem niet passend bleek. Dat had voor een groot deel te maken met de jonge leeftijd van de verdachte ten opzichte van de andere deelnemers aan het begeleid wonen en de negatieve invloed die van hen uitging. Behandeling bij De Waag voor diagnostiek en agressieregulatie problematiek wordt nog steeds nodig geacht. De verdachte wil graag inzicht krijgen in zijn eigen gedrag, maar dat is lastig voor hem. Hij is impulsief en gediagnosticeerd met ADHD. De toezichthouder acht een coaching traject bij E25 eveneens passend. De verdachte zegt zich inmiddels te hebben aangemeld voor een BBL-opleiding tot stukadoor bij het Techniek College in Rotterdam. Hij moet daarvoor nog een leerbedrijf vinden.
Ten aanzien van het locatieverbod heeft de toezichthouder toegelicht dat deze nu ziet op de gehele gemeente Alphen aan den Rijn. Dat werkt volgens de toezichthouder erg beperkend voor de verdachte, niet alleen bij de werkzaamheden voor het bedrijf van zijn vader maar ook voor het bezoeken van zijn opa en oma in Nieuwkoop. Hij moet daardoor vaak erg ver omreizen. Het locatieverbod beperken tot alleen de plaats Alphen aan den Rijn zou hem enorm helpen.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat onder meer aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt voor zware mishandeling met wapen niet zijnde een vuurwapen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden vermeld. Indien sprake is van een poging, wordt in de regel een derde van dat uitgangspunt af getrokken. Daar staat tegenover dat het medeplegen van een dergelijk feit strafverzwarend kan werken. Daarbij moet worden gekeken naar de omvang en het gewicht van de bijdrage van de verdachte. Als uitgangspunt voor een mishandeling met behulp van een slagwapen is een onvoorwaardelijke taakstraf van 120 uur vermeld, en voor een mishandeling zonder wapen maar wel met letsel een geldboete van € 1.000,-.
In dit geval acht de rechtbank strafverhogend dat de verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan één geweldsincident, maar dat er in korte tijd sprake is geweest van een explosie aan geweld, vaak zonder of met geringe aanleiding, waarbij er op verschillende momenten tegen verschillende personen geweld is gebruikt, ook met het gebruik van wapens. Ten aanzien van een poging tot zware mishandeling en een mishandeling, geldt bovendien dat die in vereniging zijn gepleegd. Ook neemt de rechtbank bij de strafoplegging mee dat de verdachte nog erg jong was ten tijde van de gepleegde feiten.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank zal een deel van die straf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren en daaraan bijzondere voorwaarden verbinden, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen. Deze proeftijd is langer dan de gebruikelijke proeftijd van 2 jaren en legt de rechtbank op omdat het haar zorgen baart dat de verdachte op zo’n jonge leeftijd, in zo’n korte tijd tot ernstige geweldsfeiten is over gegaan.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 131 dagen passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een contactverbod met [aangever 1] , [aangever 2] en de medeverdachte [medeverdachte] , verplichte diagnostiek en ambulante behandeling, begeleid wonen voor zover de reclassering dat noodzakelijk acht, meewerken aan dagbesteding en meewerken met een coach van E25 voor zover de reclassering dat noodzakelijk acht. Voor het opleggen van een locatieverbod en/of locatiegebod met monitoring middels een enkelband, ziet de rechtbank geen aanleiding, nu de verdachte in Rotterdam verblijft, onder toezicht staat van de reclassering en de verdachte zich in de tussentijd ook niet schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit, of contact heeft opgenomen met de slachtoffers.
In aanvulling daarop acht de rechtbank ook een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend en geboden.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van meerdere personen, te weten [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] en [aangever 4] .
Gelet op het feit dat het gaat om verschillende geweldsfeiten binnen een korte periode en de kans op recidive (met letsel voor anderen) door de reclassering wordt ingeschat op gemiddeld, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 14c Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.