ECLI:NL:RBDHA:2026:3120

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
NL25.29038
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen door minister van Asiel en Migratie

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag bij de minister van Asiel en Migratie. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierop hebben verzoekers het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank stelt vast dat de minister door het alsnog nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan verzoekers. Daarom is de minister gehouden de proceskosten te vergoeden. De minister heeft een vergoeding van € 453,50 aangeboden, maar de rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,-.

Omdat verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht, hoeft de minister dit niet te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van € 467,- aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29038

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam]V-nummer: [nummer],[naam]V-nummer: [nummer][naam],V-nummer: [nummer],[naam],V-nummer: [nummer][naam]V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: verzoekers,
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekers hebben daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekers tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekers te betalen.
4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 453,50 te willen vergoeden.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-. [3] Omdat verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht hoeft de minister dat niet te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van
€ 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met sinds 1 januari 2026 een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.