Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag bij de minister van Asiel en Migratie. Nadat het beroep was ingediend, heeft de minister alsnog een besluit genomen. Hierop hebben verzoekers het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat de minister door het alsnog nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan verzoekers. Daarom is de minister gehouden de proceskosten te vergoeden. De minister heeft een vergoeding van € 453,50 aangeboden, maar de rechtbank stelt de proceskosten vast op € 467,-.
Omdat verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht, hoeft de minister dit niet te vergoeden. De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van proceskosten toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.