ECLI:NL:RBDHA:2026:3112
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op recht op maatschappelijke opvang voor onrechtmatig verblijvende eiser
Eiser, een onrechtmatig in Nederland verblijvende persoon, heeft zich op 1 augustus 2022 gemeld voor daklozenopvang in Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders heeft hem per besluit van 2 september 2022 meegedeeld dat hij geen recht heeft op maatschappelijke opvang op grond van de Wmo, maar dat hem uit coulance tijdelijke opvang wordt geboden in een hotel. Tevens is hij aangemeld voor opvang bij de Medische Opvang Ongedocumenteerden (MOO) in Amsterdam.
Eiser betoogt dat de MOO geen adequate medische opvang biedt en dat hij vanwege zijn medische situatie en sociale netwerk in Den Haag niet naar Amsterdam kan verhuizen. Hij verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin een lacune in het opvangrecht wordt erkend en het college een verdragsrechtelijke verplichting heeft om opvang binnen de gemeentegrens te regelen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen verblijfsrecht heeft en daarom geen aanspraak kan maken op maatschappelijke opvang volgens de Wmo. De geboden opvang is uit coulance en de keuze van het college om hem naar de MOO in Amsterdam te verwijzen is niet onredelijk of disproportioneel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt het griffierecht niet terug. De rechtbank wijst ook de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college mag de opvang uit coulance voortzetten zonder recht op maatschappelijke opvang.