ECLI:NL:RBDHA:2026:3108

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
NL25.56008
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in opvolgende asielaanvraag na gegrond beroep

Verzoekster diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 13 november 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 februari 2026 samen met een gerelateerde zaak. Op dezelfde dag werd in de bodemzaak het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en het bestreden besluit is vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56008

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: 2863560428,
(gemachtigde: mr. I.M. Hidding),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening houdt verband met het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Zij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekster heeft een opvolgende aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 november 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de NL25.56007, op 6 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, bijgestaan door een tolk, en de gemachtigden van verzoekster en de minister

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.56007, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit van 13 november 2025 vernietigd. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek af;
  • veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.