ECLI:NL:RBDHA:2026:3095
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak rechtbank over beslistermijn in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van een opposant tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 november 2025, waarin het beroep van de opposant gegrond werd verklaard. De opposant betwist de door de rechtbank gehanteerde nadere beslistermijn van zestien weken en stelt dat deze in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en de Procedurerichtlijn, omdat het maximale beslistermijn van 21 maanden reeds was verstreken.
De rechtbank beoordeelt in deze procedure uitsluitend of het verzet gegrond is en of de eerdere uitspraak terecht is gedaan zonder zitting. De rechtbank oordeelt dat het verzet ongegrond is, omdat de nadere beslistermijn van zestien weken in overeenstemming is met eerdere uitspraken en voldoende is gemotiveerd. De rechtbank stelt dat het verzet feitelijk een verkapt hoger beroepschrift betreft, waarvoor de verzetprocedure niet bedoeld is.
De rechtbank concludeert dat het verzet niet slaagt en dat de uitspraak van 28 november 2025 in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter P. Vrolijk en griffier F.S. Ulrich en is uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026.
Uitkomst: Het verzet tegen de uitspraak over de beslistermijn wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.