ECLI:NL:RBDHA:2026:3094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
De rechtbank Den Haag heeft op 17 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister had dit besluit genomen omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat hij vreest dat zijn asielaanvraag in Duitsland niet zorgvuldig zal worden behandeld en hij onvoldoende bescherming zal krijgen. Ook stelde hij dat de minister onderzoek had moeten doen naar zijn eerdere afgewezen asielaanvraag in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er geen sprake is van systeemfouten in het Duitse asiel- en opvangsysteem. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen naar voren die dit zouden onderbouwen. Ook was het enkele feit dat zijn eerdere aanvraag was afgewezen onvoldoende om het vertrouwen in Duitsland te ondermijnen. De minister hoefde daarom geen nader onderzoek te doen en hoefde de aanvraag niet onverplicht in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.