ECLI:NL:RBDHA:2026:3084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende binding met land van herkomst
Eiseres, een Afghaanse vrouw, heeft een visum voor kort verblijf aangevraagd om bij haar schoonzoon in Nederland te verblijven. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het verblijf niet voldoende heeft aangetoond en onvoldoende sociale en economische binding met Afghanistan heeft, waardoor niet aannemelijk is dat zij tijdig zal terugkeren.
Eiseres voerde in beroep aan dat het doel van het verblijf duidelijk is en dat zij wel degelijk bindingen met Afghanistan heeft. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder een ruime beoordelingsmarge heeft en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij over voldoende economische binding beschikt, aangezien zij geen inkomsten of vermogen heeft kunnen aantonen. Ook is onvoldoende sociale binding vastgesteld, mede omdat zij weduwe is en geen zorgplicht heeft voor volwassen kinderen of andere familieleden in Afghanistan.
De rechtbank concludeert dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om Nederland tijdig te verlaten en verklaart het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.