ECLI:NL:RBDHA:2026:3077
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een asielaanvraag ingediend die bij besluit van 27 oktober 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 9 februari 2026 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was.
Op 17 februari 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dit gegrond verklaard. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.