ECLI:NL:RBDHA:2026:2991

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
NL25.31508
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag

Verzoekers hebben meerdere asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 7 juli 2025 buiten behandeling zijn gesteld. Hiertegen is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 februari 2026 behandeld, samen met de behandeling van het beroep. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. Spelt en griffier P. Bruins op 16 februari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvragen is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.31508

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , [eiseres] , [minderjarige 1] en [minderjarige 2], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] , verzoekers,
(gemachtigde: mr. W.N. van der Voet),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het buiten behandeling laten van de asielaanvraag van verzoekers. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. Zij hebben daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekers hebben herhaalde aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 juli 2025 deze aanvragen in de algemene procedure buiten behandeling gesteld. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep in de zaak NL25.31507, op 2 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [eiser] , de gemachtigde van verzoekers, A. Cavero als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.31507, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep in de zaak van verzoekers. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 16 februari 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open