Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Op het formulier M35-O “Tweede of volgende asielaanvraag” zijn op pagina 4 bij “Gegevens van de advocaat” de gegevens van [naam] ingevuld, met een stempel van “Vluchtelingen voor Vluchtelingen” en de aantekening “maatschappelijk begeleider”.
In het dossier bevindt zich verder een brief van de minister aan de maatschappelijk begeleider van eisers, [naam] van “Vluchtelingen voor Vluchtelingen” van 27 juni 2025. In die brief aan [naam] staat vermeld dat het gezin op 27 juni 2025 een voornemen heeft gekregen dat hun aanvraag buiten behandeling zal worden gesteld en dat zij één week de tijd hebben om de aanvragen volledig te maken. In de brief staat ook dat het gezin bevestigend heeft geantwoord op de vraag of de IND het voornemen ook aan [naam] mag sturen. Kortheidshalve wordt verder verwezen naar (de inhoud van) het voornemen. Eisers hebben deze gang van zaken niet bestreden. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het voornemen op 27 juni 2025 juist aan eisers is bekendgemaakt, zodat de termijn voor het aanvullen van de aanvragen verstreek op 4 juli 2025.
In paragraaf C1/2.13.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 is bepaald dat, als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is en het niet mogelijk is om de beschikking in persoon aan de vreemdeling uit te reiken, op de daarvoor bestemde plek in het aanmeldcentrum een melding van terinzagelegging wordt opgehangen.