ECLI:NL:RBDHA:2026:2941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod en terugkeerbesluit
Op 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 29 januari 2026 trok eiser het beroep tegen het terugkeerbesluit in, maar handhaafde het beroep tegen het inreisverbod.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden, met name dat hij hierdoor niet in de Europese Unie kan werken en zijn familie niet kan onderhouden. Hij stelde dat dit een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt. De rechtbank oordeelde echter dat de minister tijdens het gehoor voldoende doorvroeg en aan zijn onderzoeksplicht voldeed.
De rechtbank vond dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het inreisverbod een schending van artikel 3 of Pro 8 EVRM oplevert. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd openbaar gedaan op 29 januari 2026 door rechter J. de Gans.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard omdat het besluit voldoende gemotiveerd is en geen schending van het EVRM oplevert.