Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2905

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697634 / FA RK 26-331
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens psychogeriatrische aandoening

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1956, die verblijft in een zorginstelling. Cliënt vertoont een cognitieve stoornis, vermoedelijk Lewy Body Dementie, en is momenteel niet gelukkig op de afdeling, hoewel hij coöperatief is en geen actief verzet toont.

De specialist ouderengeneeskunde en de echtgenote van cliënt gaven aan dat het toestandsbeeld van cliënt is verslechterd na een recente operatie, met escalatie van fysieke agressie en maatschappelijke teloorgang. Cliënt verdwaalt in de omgeving en herkent zijn huis niet meer, waardoor terugkeer naar huis momenteel onveilig wordt geacht.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en overbelasting van de mantelzorger. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken toegekend, tot en met 27 februari 2026.

De beschikking is uitgesproken op 16 januari 2026 en schriftelijk vastgesteld op 23 januari 2026. Cliënt kan tegen deze beschikking cassatie instellen.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychogeriatrische aandoening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697634 / FA RK 26-331
Datum beschikking: 16 januari 2026

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 13 januari 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. D.J. Ladrak te Warmond.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 januari 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de [gemeente] van 12 januari 2026;
- de op 12 januari 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- de specialist ouderengeneeskunde, mevrouw [naam 2] ;
- de echtgenoot van cliënt, mevrouw [naam 3] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is ter zitting naar voren gebracht dat cliënt momenteel niet gelukkig is op de afdeling. Voor cliënt voelt het alsof hij niet op de afdeling thuis hoort.
De advocaat benoemt het belang dat er goed onderzoek moet worden gedaan naar wat er op dit moment met cliënt aan de hand is, met het doel dat hij binnen een aantal weken weer naar huis kan. Advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De specialist ouderengeneeskunde heeft ter zitting aangegeven dat cliënt zich momenteel rustig bevindt op de afdeling en er geen sprake is van forse hallucinaties. Cliënt is coöperatief, maar is niet gelukkig op de afdeling. Echter, is geen sprake van actief verzet. Er is sprake van een cognitieve stoornis, maar nog onduidelijk in welk kader. Om die reden is nader onderzoek noodzakelijk. Gelet op het toestandsbeeld en de situatie voorafgaand aan de opname, wordt terugkeer naar huis momenteel nog niet veilig geacht. Aan de hand van de diagnostiek en passende medicatie, zal er gekeken worden naar de mogelijkheid om terug te keren naar de thuissituatie. Hiervoor is een voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk.
De echtgenote van cliënt heeft ter zitting naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van cliënt is verslechterd na een recente operatie. Voorheen was cliënt een sportieve man, dat is momenteel niet meer aan de orde. De thuissituatie was heel onprettig, waarbij cliënt niet zichzelf was. Indien het voor cliënt beter is dat hij weer terugkeert naar huis, staat echtgenote hiervoor open.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis, dan wel Lewy Body Dementie, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Cliënt probeerde recent weg te gaan van huis, omdat hij zijn huis niet meer als zodanig herkende. Hij overziet situaties niet en verdwaalt in de directe omgeving van zijn huis. Er is sprake van maatschappelijke teloorgang. Daarnaast is er sprake geweest van fysieke agressie richting zijn echtgenote. De situatie is de afgelopen weken geëscaleerd, waarbij het
vrijwel dagelijks misging en inmiddels is er sprake van overbelasting van de mantelzorger (echtgenote) van cliënt en de rest van het sociale netwerk.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Heden is er geen sprake van consistent verzet. Echter, ter zitting heeft cliënt aangegeven dat hij zich niet prettig voelt op de afdeling. Daarbij toont cliënt zich verward en geeft hij niet de indruk zijn keuzes te overzien.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 februari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. Schueler, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.