ECLI:NL:RBDHA:2026:2899

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/09/658856 / FA RK 23-9352
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ouderschapsplan na succesvolle bemiddeling in zorg- en opvoedingstaken

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot opname van een ouderschapsplan na een bemiddelingstraject tussen de ouders van een minderjarige. Eerder was een voorlopige eenzorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige voornamelijk bij de vader verbleef volgens een vastgesteld schema.

De ouders bereikten overeenstemming over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, vakanties en feestdagen, vastgelegd in een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan. De rechtbank heeft de minderjarige in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek, maar hiervan is geen gebruik gemaakt.

Gezien de bereikte overeenstemming en het ontbreken van bezwaar van de minderjarige, besloot de rechtbank het ouderschapsplan aan de beschikking te hechten en de eerdere verzoeken omtrent zorgregeling en vakantieverdeling als ingetrokken te beschouwen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en zonder nadere mondelinge behandeling uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het ouderschapsplan toe en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-9352
Zaaknummer: C/09/658856
Datum beschikking: 16 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 21 december 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder]

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
mr. C.H. Remmelink te Zoetermeer.

Procedure

Bij beschikking van 4 juli 2024 van deze rechtbank is:
- een
voorlopigezorgregeling vastgesteld, waarbij [de minderjarige] bij de vader is:
­ een weekend per veertien dagen van vrijdag uit school (14.30 uur) tot zondag
(17.00 uur);
­ de ene week: dinsdag uit school of BSO tot woensdagochtend naar school;
­ de andere week: dinsdag uit school of BSO tot woensdag 19.00 uur;
­ gedurende twee van de laatste drie weken van de zomervakantie;
  • een door de vader aan de moeder te betalen bijdrage aan kinderalimentatie vastgesteld van € 183,- per maand;
  • zijn partijen verwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling;
  • is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken waaronder nu ook:
  • het F9-bericht van de moeder van 9 januari 2025, met bijlage;
  • het F9-bericht van de vader van 10 januari 2025, met bijlage;
  • het F9-bericht van de vader van 28 januari 2025;
  • het F9-bericht van de vader van 16 juni 2025;
  • het F9-bericht van de moeder van 6 november 2025
  • het F9-bericht van de vader van 15 december 2025, met als bijlage een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan;
  • het F9-bericht van moeder van 5 januari 2026.
Gelet op de inhoud van de stukken heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder nadere mondelinge behandeling op de verzoeken te beslissen.
De minderjarige [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

De ouders hebben blijkens het door de vader overgelegde en door hen beiden ondertekende ouderschapsplan overeenstemming bereikt over de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de verdeling van de vakanties en feestdagen en vragen de rechtbank om het ouderschapsplan aan te hechten aan de beschikking. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang [de minderjarige] zich tegen de verzochte regeling verzet.
Gelet op de bereikte overeenstemming tussen de ouders beschouwt de rechtbank hetgeen eerder meer of anders door de ouders is verzocht ten aanzien van de zorgregeling en verdeling van de vakanties en feestdagen als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan en verklaart deze beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. L.L. Benink, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 januari 2026.