ECLI:NL:RBDHA:2026:2897

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/09/688136 / FA RK 25-5145
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken na scheiding met opbouwregeling en hulpverleningstraject

De rechtbank heeft op verzoek van de vader de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen gewijzigd. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder, maar er wordt een gefaseerde opbouwregeling vastgesteld voor contactherstel met de vader, vooral voor het jongste kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde een zorgvuldige aanpak, met inzet van Jeugdformaat voor begeleiding.

De ouders hebben een turbulente relatie achter de rug met incidenten van huiselijk geweld. De moeder uit zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie bij de vader, maar de rechtbank acht deze onvoldoende onderbouwd. Voor het jongste kind wordt een week-op-week-af regeling vastgesteld om stabiliteit te bevorderen.

Voor het oudste kind wordt het contactherstel aangehouden totdat de behandeling bij Jeugdformaat is gestart en resultaten zichtbaar zijn. De ouders worden aangemoedigd het traject 'Duurzaam samenwerken na scheiding' voort te zetten en deel te nemen aan ouderschapsbemiddeling.

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder af om vervangende toestemming voor een vakantie in december 2025, omdat deze periode reeds verstreken is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de ouders dienen tussentijds te rapporteren over de voortgang van de hulpverlening.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling met een gefaseerde opbouw en verwijst ouders naar hulpverleningstrajecten, terwijl het verzoek om vervangende toestemming voor vakantie wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5145
Zaaknummer: C/09/688136
Datum beschikking: 16 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 8 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
sinds 10 april 2025 opgenomen in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) met een onbekende verblijfplaats,
advocaat: mr. K. van Doorn te ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.J. Pieters te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9 formulier van 31 juli 2025, met bijlagen, van de vader;
  • het bericht van 31 juli 2025 van de moeder;
  • het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de raad) van 7 oktober 2025, kenmerk [kenmerk] ;
  • de brief van 1 december 2025, houdende een gewijzigd verzoek, met bijlagen, van de vader;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • de brief van 3 december 2025 van de vader;
  • de brief van 3 december 2025 van de moeder.
Op 5 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Verzoek en verweer

De vader verzoekt, na wijziging:
de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 te wijzigen en een zorgregeling te bepalen waarbij [de minderjarige 1] uiterlijk per 1 maart 2026 of zoveel eerder als past binnen de hulpverlening bij de vader verblijft in de even week (beginnend op zondag 17.00 uur in de even week) tot zondag 17.00 uur in de oneven week en bij de moeder verblijft in de oneven week (beginnend op zondag 17.00 uur in de oneven week) tot zondag 17.00 uur in de even week, waarbij het volgende opbouwschema in acht wordt genomen:
vanaf 1 maart 2026 verblijft [de minderjarige 1] bij de vader:
 de eerste en de tweede week: op maandag, woensdag en vrijdag na school tot 18.00 uur (inclusief avondeten) en de zondag van 09.00 uur tot 18.00 uur (inclusief avondeten);
 de derde en vierde week: op dinsdag en donderdag na school tot de volgende dag naar school;
 de vijfde en zesde week: op maandag en woensdag na school tot de volgende dag naar school en vrijdag na school tot zondagochtend 10.00 uur;
 de zevende en achtste week: dinsdag na school tot en met vrijdag tot school;
 de negende week: de even week (beginnend op zondag 17.00 uur in de even week) tot zondag 17.00 uur in de oneven week, althans de weekindeling die gelijk is aan de zorgregeling voor [de minderjarige 2] , althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen opbouwschema en zorgregeling;
de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 te wijzigen in die zin dat [de minderjarige 2] in het kader van de zorgregeling bij de vader zal verblijven met ingang de eerste twee maanden na de beschikkingsdatum overeenkomstig fase 1 van het raadsrapport, inhoudende:
 in de even weken zaterdagochtend tot en met maandagochtend naar school alsmede woensdag na school tot zaterdagochtend;
 in de oneven weken maandag na school tot en met woensdagochtend naar school;
en met ingang van maand 3 na de beschikkingsdatum overeenkomstig fase 2 van het raadsrapport, inhoudende dat [de minderjarige 2] bij de vader verblijft:
 in de even week (beginnend op zondag 17.00 uur in de even week) tot zondag 17.00 uur in de oneven week, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling;
de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 te wijzigen c.q. aan te vullen in die zin dan wel te bepalen dat navolgende vakantieregeling zal geldenwaarbij het uitgangspunt is dat de vakantie aanvangt op de vrijdag na school en eindigt op een vrijdag om 11.00 uur en voor het aansluitende weekend de reguliere zorgregeling geldt, waarbij de vakantieregeling voorgaat op de reguliere zorgregeling en als er buiten de vakantieregeling een vrije dag is op een wisseldag geldt de reguliere zorgregeling waarbij de wissel plaatsvindt om 11.00 uur ’s ochtends, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen regeling;
Vakantie
De vader
De moeder
Voorjaarsvakantie
Even jaren
Oneven jaren
Meivakantie
Even jaren: eerste week
Oneven jaren: tweede week
Even jaren: tweede week
Oneven jaren: eerste week
Zomervakantie
In totaal drie weken;
opgedeeld in twee weken en één week
in de oneven jaren de eerste keus
In totaal drie weken;
opgedeeld in twee weken en één week
in de even jaren de eerste keus
Herfstvakantie
Oneven jaren
Even jaren
Kerstvakantie
Even jaren: tweede week
Oneven jaren: eerste week
Even jaren: de eerste week
Oneven jaren: de tweede week
de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 te wijzigen c.q. aan te vullen dan wel te bepalen dat ter uitvoering van de zorg- en contactregeling (reguliere regeling, vakanties, feestdagen en vrije dagen) de ouder waar [de minderjarige 2] en/of [de minderjarige 1] verblijft zorgdraagt voor het brengen van [de minderjarige 2] en/of [de minderjarige 1] naar de andere ouder, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen regeling;
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt:
de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 te wijzigen en:
  • een voorlopige zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 2] vast te stellen van een weekend per veertien dagen van zaterdag 09.00 uur tot en met zaterdagavond 19.00 uur en zondagochtend 09.00 uur tot en met zondagavond 17.00 uur, waarbij de moeder [de minderjarige 2] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige 2] terugbrengt;
  • een voorlopige vakantieregeling vast te leggen inhoudende dat de vakanties bij helfte worden gedeeld en dat in de helft dat [de minderjarige 2] bij de vader is, hij om de andere dag bij de vader is van 11.00 uur tot 19.00 uur (inclusief avondeten), waarbij de moeder [de minderjarige 2] naar de vader brengt en de vader [de minderjarige 2] terugbrengt;
  • voorlopig geen zorgregeling tussen [de minderjarige 1] en de vader vast te stellen;
  • de vader te verplichten een hulpvraag te formuleren waarmee hij aan de slag gaat bij professionele hulpverleners;
  • de verzoeken van de vader voor het overige aan te houden;
en:
  • de moeder vervangende toestemming te geven inhoudende dat zij met de kinderen naar Disneyland in [bestemming] mag gaan van 22 december tot en met 28 december 2025, althans vervangende toestemming voor een vakantie binnen Europa;
  • een voorlopige vakantieregeling te bepalen inhoudende dat [de minderjarige 2] in de overige vakanties om de andere dag bij de vader is van 11.00 uur tot 19.00 uur (inclusief avondeten) in de helft van de schoolvakanties en [de minderjarige 2] de andere helft bij de moeder is;
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats] .
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 is – voor zover hier van belang – bepaald:
  • dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder zal zijn;
  • dat tussen de vader en de kinderen een opbouwregeling zal gelden, waarbij de regie bij het CJG ligt;
  • dat de moeder aan de vader maandelijks het door haar voorgestelde verslag, op neutrale toon, naar de vader verstuurt, met foto’s van de kinderen, waarop de vader in beginsel niet reageert, tenzij toelichting nodig is.
- Bij vonnis in kort geding van deze rechtbank van 27 februari 2025 is – voor zover hier van belang –:
  • de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en daarover in de nog aanhangig te maken bodemprocedure te rapporteren en advies uit te brengen;
  • bepaald dat de moeder de vader eens per twee weken per e-mail informeert betreffende de gewichtige aangelegenheden van de kinderen inhoudende tenminste (maar niet uitsluitend) de schoolgang, het welzijn van de kinderen, medische behandelingen, sport en hobby;
  • bepaald dat de moeder bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de woning.

Beoordeling

Stukken – goede procesorde
De moeder heeft op 2 december 2025 een verweerschrift met zelfstandige verzoeken met producties ingediend. De vader heeft op 3 december 2025 gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen het in behandeling nemen hiervan. De late toezending van het omvangrijke processtuk is volgens de vader in strijd met de goede procesorde.
De rechtbank heeft partijen op 4 december 2025 laten weten dat zij het verweerschrift en de zelfstandige verzoeken, met uitzondering van productie 1, zal toelaten hoewel deze strikt genomen te laat zijn ingediend. Het verweerschrift en de zelfstandige verzoeken zijn overzichtelijk en bevatten voor het grootste deel geen standpunten of stukken die niet al bij de wederpartij bekend zijn. Dat is anders voor productie 1 bij het verweerschrift. Dat is stuk is dusdanig omvangrijk en bovendien zonder voldoende duidelijke toelichting overgelegd dat dit wel in strijd komt met de goede procesorde. Productie 1 zal daarom niet aan het procesdossier worden toegevoegd.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, komt het volgende naar voren.
Partijen hebben betrekkelijk recent een turbulente tijd met elkaar gehad, waarin onder meer sprake is geweest van fysiek geweld van de vader jegens de moeder. Na het definitief beëindigen van de relatie medio 2024 zijn de discussies, ruzies en incidenten tussen de ouders onverminderd doorgegaan. Er zijn meerdere instanties betrokken geweest, zoals de politie, Veilig Thuis, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), Youz en De Waag. Sinds het incident op 15 oktober 2024, toen de situatie escaleerde op het parkeerterrein bij het zwembad, is er geen fysieke omgang meer geweest tussen de vader en [de minderjarige 1] . [de minderjarige 2] is momenteel om de dag (met overnachting) bij de vader. Sinds kort zijn er wel wekelijks familie-videobelmomenten waaraan beide ouders en beide kinderen deelnemen. Dit laatste is voortgekomen uit het traject “Duurzaam samenwerken na scheiding” dat partijen hebben gevolgd bij [naam 2] .
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis in kort geding van 25 februari 2025 de Raad verzocht onderzoek te doen en advies uit te brengen in de bodemprocedure. Dat onderzoek richtte zich op de vraag of contactherstel tussen de vader en [de minderjarige 1] in het belang van [de minderjarige 1] is en zo ja, op welke wijze dit dient plaats te vinden en op de vraag welke zorgregeling in het belang van [de minderjarige 2] wordt geacht.
De Raad heeft in zijn rapport van 7 oktober 2025 kort samengevat geconcludeerd dat contactherstel tussen de vader en [de minderjarige 1] in het belang van [de minderjarige 1] is, maar dat dit zeer zorgvuldig moet gebeuren. Daarbij vindt de Raad het ook van belang dat de ouders [de minderjarige 1] duidelijk maken dat de ruzie tussen de ouders in oktober 2024 niet de schuld van [de minderjarige 1] was. Hiervoor adviseert de Raad een traject bij Jeugdformaat waarbij de methode Words en Pictures ingezet dient te worden alvorens het contactherstel met de vader verder op gang gebracht kan worden. Voor [de minderjarige 2] stelt de Raad een concrete zorgregeling voor, waarbij het volgens de Raad van belang is dat de regeling in het tempo van [de minderjarige 2] opgebouwd wordt. De huidige regeling waarbij [de minderjarige 2] om de dag van ouder en dus van huis en slaapplek wisselt zorgt voor veel onrust. De Raad ziet dat [de minderjarige 2] meer stabiliteit nodig heeft.
Reguliere zorgregeling [de minderjarige 2]
De vader en de moeder zijn het erover eens dat het in het belang van [de minderjarige 2] is dat hij een stabiele basis heeft om meer rust te creëren. De ouders verschillen van mening over hoe dit bereikt kan worden. De vader wil de 50/50 zorgverdeling tussen de ouders in stand houden, met dien verstande dat hij wil toewerken naar een week-op week-af regeling. Volgens de vader zijn er op die manier minder wisselmomenten en neemt de onrust af.
De moeder kan zich niet vinden in het verzoek van de vader. Zij wil dat de huidige regeling fors beperkt wordt, vooral omdat volgens de moeder de veiligheid van [de minderjarige 2] in het geding is. Ook is de regeling volgens de moeder te onrustig en is de vader niet in staat [de minderjarige 2] stabiliteit en voorspelbaarheid te bieden. Zij heeft zorgen over de opvoedomgeving bij de vader en de opvoedvaardigheden van de vader. Volgens de moeder is de directe woonomgeving bij de vader onveilig – er verblijft regelmatig een zwerver in het portiek  wat [de minderjarige 2] bang maakt. Ook is zij van mening dat de basale verzorging van [de minderjarige 2] bij de vader niet op orde is. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij in het gedrag van [de minderjarige 2] ziet dat het niet goed gaat als hij bij zijn vader is geweest. Als hij terugkomt van de vader is hij opstandig en angstig. Ook plast hij dan op de grond.
De rechtbank stelt voorop dat er in het verleden veel tussen de ouders is gebeurd en dat er aanwijzingen zijn dat er huiselijk geweld heeft plaatsgevonden. De onderlinge verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord en gebleken is dat er heel weinig voor nodig om de situatie tussen de ouders wederom te laten escaleren. Dit maakt dat de angst die de moeder heeft serieus genomen moet worden. Dit is echter een andere angst dan de angst over de veiligheid rond het verblijf van [de minderjarige 2] bij de vader. De rechtbank ziet onvoldoende reden om te twijfelen aan de opvoedsituatie bij de vader en aan zijn opvoedkwaliteiten. De stellingen van de moeder zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank is met de Raad van oordeel dat de voor [de minderjarige 2] benodigde rust en stabiliteit er komt als [de minderjarige 2] meerdere aaneengesloten dagen bij de ene of de andere ouder is. Bovendien leidt dit tot minder wisselomenten, hetgeen in het belang van [de minderjarige 2] is omdat op die momenten de spanning voor [de minderjarige 2] enorm wordt opgebouwd. Daarmee is niet gezegd dat de angst van de moeder nergens op gebaseerd is. Zij heeft op zitting aangegeven wat zij aan [de minderjarige 2] merkt, maar er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de oorzaak daarvan (uitsluitend) bij de vader ligt. De rechtbank zal het verzoek van de vader met betrekking tot [de minderjarige 2] daarom toewijzen. Het verzoek van de vader sluit grotendeels aan bij het advies van de Raad en de rechtbank wil met een concrete regeling voorkomen dat er discussie tussen de ouders ontstaat over wanneer de door de Raad genoemde fases ingaan.
Reguliere zorgregeling [de minderjarige 1]
Tussen de ouders staat niet ter discussie dat [de minderjarige 1] angst voelt als zij de vader ziet.
De vader vindt dat [de minderjarige 1] de hulp daarvoor moet krijgen die zij nodig heeft, maar wat hem betreft staat dat er niet aan in de weg dat er een begin gemaakt wordt met contactherstel. De vader begrijpt dat een week-op week-af regeling niet van de ene op de andere dag mogelijk is omdat er al lange tijd geen omgang is geweest tussen hem en [de minderjarige 1] . Hij stelt daarom een opbouw daarin voor en heeft een concreet voorstel om uit de ontstane impasse te komen.
De moeder staat nog niet open voor het opstarten van een zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] . Eerst zal er volgens de moeder hulpverlening voor [de minderjarige 1] moeten komen, zodat de angst van [de minderjarige 1] voor de vader afneemt en met begeleiding gekeken kan worden welke vervolgstappen gezet kunnen worden in het belang van [de minderjarige 1] .
De rechtbank stelt voorop dat contact tussen de vader en [de minderjarige 1] in het belang van [de minderjarige 1] is. De Raad geeft daarover aan dat alvorens dat mogelijk is er bij Jeugdformaat met de behandeling van [de minderjarige 1] gestart moet zijn. De Raad vindt het belangrijk dat er, naast de voorzichtige stappen richting contactherstel voortkomend uit het traject 'Duurzaam samenwerken na scheiding' ook gewerkt wordt aan "reparatie" van de gebeurtenis die in oktober 2024 heeft plaatsgevonden, op de wijze zoals hiervoor aangegeven. De kinderen zijn inmiddels aangemeld bij Jeugdformaat. De rechtbank begrijpt dat de vader graag voortgang en een stip aan de horizon wil zien, maar is met de Raad van oordeel dat de behandeling van [de minderjarige 1] bij Jeugdformaat daarvoor gestart moet zijn en duidelijk moet zijn welke resultaten daar geboekt worden. Positief is dat de beide ouders en de beide kinderen wekelijks met elkaar videobellen. De rechtbank ziet dit ook als een vorm van contactherstel en vindt het belangrijk dat de ouders dit voortzetten. Van de hulpverleners van de kinderen verwacht de rechtbank dat zij bezien of een verdergaande vorm van contactherstel mogelijk is. In afwachting van de resultaten van het traject bij Jeugdformaat zal de rechtbank iedere verdere beslissing ten aanzien van de reguliere zorgregeling voor [de minderjarige 1] aanhouden tot na te noemen pro formadatum. De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tussentijds te informeren over de resultaten die bij Jeugdformaat geboekt worden. De advocaten wordt verzocht hierbij ook zo mogelijk door Jeugdformaat opgestelde verslagen in het geding te brengen.
Vakantieregeling [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1]
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank ook iedere verdere beslissing ten aanzien van de vakantieregeling voor beide kinderen aanhouden als na te melden. Voor [de minderjarige 2] betekent dit dat de reguliere zorgregeling voorlopig doorloopt tijdens de vakanties.
Uniform hulpaanbod, doorverwijzing
Zoals hiervoor aangegeven, zijn de ouders bekend bij [naam 2] in het kader van het traject Duurzaam Samenwerken na Scheiding. Het is wenselijk dat zij dat traject weer oppakken, zoals ook door de Raad geadviseerd.
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap en staan achter hervatting van het eerder gestarte traject. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de ouders niet bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, maar het is niet nodig dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Vervangende toestemming vakantie
De moeder heeft verzocht om toestemming, die toestemming van de vader vervangt, om met de kinderen op vakantie naar [bestemming] te gaan van 22 tot en met 28 december 2025, dan wel een vakantie binnen Europa.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij de benodigde toestemmingsformulieren zal gaan tekenen. Daarbij hebben de ouders afgesproken dat de vakantiereis naar [bestemming] zal plaatsvinden in de tweede week van de kerstvakantie, die inmiddels al geweest is. Het verzoek van de moeder zal daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 20 oktober 2023 – dat de minderjarige [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te
[geboorteplaats] , bij de vader zal zijn:
de eerste twee maanden na de beschikkingsdatum (fase 1):
  • in de even weken zaterdagochtend tot en met maandagochtend naar school alsmede woensdag na school tot zaterdagochtend;
  • in de oneven weken maandag na school tot en met woensdagochtend naar school;
en met ingang van maand 3 na de beschikkingsdatum (fase 2):
 in de oneven week (beginnend op zondag 19 april 2025 17.00 uur) tot zondag 17.00 uur in de even week;
*
bepaalt dat de vader en de moeder de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van het traject dat [de minderjarige 2] en de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] , volgen bij Jeugdformaat  zo mogelijk met (tussen)verslagen van Jeugdformaat;
*
wijst af het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor een vakantie met de kinderen naar [bestemming] , dan wel een bestemming binnen Europa, van 22 tot en met 28 december 2025;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] ,
(de vader)
sinds 10 april 2025 ingeschreven in het RNI (Register Niet ingezetenen)
en
[de moeder] ,
(de moeder)
wonende te [adres] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
1 april 2026 pro forma.
stelt vast dat de ouders niet bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, maar dat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door
mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 januari 2026.