De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind en vaststelling van de hoofdverblijfplaats bij haar. De vader voerde verweer. De minderjarige is geboren in 2023 en staat onder toezicht van een gecertificeerde instelling vanwege complexe zorgsituaties.
De vader kampt met psychiatrische problematiek en is opgenomen in een GGZ-instelling. Zijn gedrag is dreigend en agressief, wat de veiligheid van de moeder en het kind in gevaar brengt. De moeder verblijft op een geheime locatie en het kind is tijdelijk uit huis geplaatst in een pleegzorgvoorziening.
De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan alleen het gezag uitoefent, omdat gezamenlijke beslissingen de veiligheid in gevaar brengen. De hoofdverblijfplaats wordt niet afzonderlijk vastgesteld omdat het kind de woonplaats volgt van degene die het gezag heeft. De vader kan bij herstel van zijn situatie het gezag weer verzoeken.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het overige verzoek wordt afgewezen.