ECLI:NL:RBDHA:2026:2782

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 februari 2026
Zaaknummer
C/09/650715 / FA RK 23-5064
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en afwijzing omgangsregeling vader

De rechtbank Den Haag behandelde op 14 januari 2026 een verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over hun minderjarige kind toe te wijzen en een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling.

De moeder had sinds 2023 geen contact meer met de vader, die onbekend is waar hij verblijft en geen invulling geeft aan zijn ouderlijk gezag. De Raad voor de Kinderbescherming zag geen noodzaak voor een onderzoek, maar benadrukte het belang van begeleid contactherstel. Het hulpverleningstraject mislukte doordat de vader niet meewerkte.

De rechtbank oordeelde dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is door de afwezigheid van de vader en dat het in het belang van het kind is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. De hoofdverblijfplaats werd niet meer beoordeeld omdat dit volgt uit het gezag. Het verzoek van de vader tot omgang werd afgewezen vanwege het langdurige contactverlies en het mislukte hulpverleningstraject.

De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen en het verzoek tot omgangsregeling van de vader wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-5064
Zaaknummer: C/09/650715
Datum beschikking: 14 januari 2026
Gezag, hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

Beschikking op het op 5 juli 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Erik te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
volgens de Basisregistratie Personen sinds 7 april 2025 zonder bekende woon- en/of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
advocaat: mr. C. Arslaner te Leidschendam.

Procedure

Bij beschikking van 1 oktober 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- vastgesteld dat partijen zijn verwezen naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling/Parallel (solo) ouderschap en Omgangsbegeleiding;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorg- c.q. omgangsregeling en de proceskosten tot 1 april 2025 pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het e-mailbericht van 13 februari 2025 van Jeugdformaat, met bijlage;
- het F9-formulier van 17 februari 2025 van de advocaat van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 11 maart 2025 van de advocaat van de moeder, met bijlagen;
- het bericht van 28 maart 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming.
Op 17 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is niet persoonlijk op de zitting verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn advocaat.
Aanvullende feiten
- Bij beschikking van 18 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – aan de moeder toestemming verleend, welke de toestemming van de vader vervangt:
- om met [de minderjarige] op vakantie te gaan naar Spanje van 25 juli 2025 tot en met 18 augustus 2025;
- voor onderzoek en behandeling van [de minderjarige] bij Kentalis.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Hulpverleningstraject en geen onderzoek van de Raad
Uit het eindverslag van Jeugdformaat van 7 februari 2025 is gebleken dat er geen hulpverleningstraject is gestart, omdat de vader niet op opties voor een screeningsgesprek is ingegaan. Nu de hulpverlening in het kader van het Uniform Hulpaanbod niet heeft geleid tot een positief resultaat is de Raad verzocht te bezien of er aanleiding is voor een raadsonderzoek, zoals in de vorige beschikking is bepaald. De Raad heeft aangegeven geen noodzaak te zien om een onderzoek te starten. De Raad heeft toegelicht dat begeleid contactherstel een eerste stap blijft naar onbelast contact en veilige hechting tussen [de minderjarige] en zijn vader. Ook is het belangrijk dat [de minderjarige] geen hinder ondervindt van onenigheid tussen de ouders en dat beslissingen die nodig zijn voor het bevorderen van het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige] op een goede manier kunnen worden genomen. Daarbij heeft de Raad aangegeven dat gezien de lange duur van het contactverlies en de jonge leeftijd van [de minderjarige] , hulpverlening geboden is om het contact voor zowel [de minderjarige] als voor de vader te ondersteunen.
Gezag
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij belangrijke beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag toewijzen en overweegt daartoe als volgt. De moeder heeft onweersproken gesteld dat zij sinds 2023 geen contact meer heeft gehad met de vader. De vader is met onbekende bestemming vertrokken en de moeder weet niet waar hij momenteel verblijft. Op de zitting heeft de advocaat van de vader toegelicht dat zij via familieleden van de vader heeft gepoogd om contact met hem te leggen, maar zij inmiddels al een jaar geen contact meer heeft gehad met de vader. De rechtbank is van oordeel dat het niet in het belang is van [de minderjarige] dat zijn vader, die al geruime tijd uit beeld is en geen invulling geeft aan zijn ouderlijk gezag, mede met het gezag blijft belast. De afwezigheid en onbereikbaarheid van de vader maakt gezamenlijke gezagsuitoefening feitelijk onmogelijk. De rechtbank verwacht niet dat deze situatie binnenkort zal veranderen. Daarbij overweegt de rechtbank dat de moeder in de zomer van 2025 een procedure bij de rechtbank heeft moeten starten voor vervangende toestemming voor een vakantie met [de minderjarige] naar het buitenland en voor de inzet van hulpverlening voor [de minderjarige] . De rechtbank is daarom van oordeel dat eenhoofdig gezag in het belang van [de minderjarige] is.
Hoofdverblijfplaats
Nu de rechtbank de moeder zal belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] , komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van het verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats. Daartoe bestaat geen belang meer.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang
Nu de moeder met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] wordt belast, zal de rechtbank in het vervolg spreken van een omgangsregeling in plaats van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).
De rechtbank overweegt als volgt. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat [de minderjarige] inmiddels al 2,5 jaar geen omgang meer heeft gehad met de vader. Nu de vader al lange tijd uit beeld is en het hulpverleningstraject voor contactherstel tussen de vader en [de minderjarige] niet van de grond is gekomen, ziet de rechtbank op dit moment geen mogelijkheid om een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen. De rechtbank zal het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling daarom afwijzen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 januari 2026.