ECLI:NL:RBDHA:2026:2782
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en afwijzing omgangsregeling vader
De rechtbank Den Haag behandelde op 14 januari 2026 een verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over hun minderjarige kind toe te wijzen en een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling.
De moeder had sinds 2023 geen contact meer met de vader, die onbekend is waar hij verblijft en geen invulling geeft aan zijn ouderlijk gezag. De Raad voor de Kinderbescherming zag geen noodzaak voor een onderzoek, maar benadrukte het belang van begeleid contactherstel. Het hulpverleningstraject mislukte doordat de vader niet meewerkte.
De rechtbank oordeelde dat gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is door de afwezigheid van de vader en dat het in het belang van het kind is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. De hoofdverblijfplaats werd niet meer beoordeeld omdat dit volgt uit het gezag. Het verzoek van de vader tot omgang werd afgewezen vanwege het langdurige contactverlies en het mislukte hulpverleningstraject.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De moeder krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen en het verzoek tot omgangsregeling van de vader wordt afgewezen.