De vader verzocht de rechtbank om een nieuwe omgangsregeling vast te stellen voor zijn minderjarige zoon, met name gericht op vaste vakanties, en om de kinderalimentatie te verlagen naar €40 per maand. De moeder verzette zich tegen de wijziging van de omgangsregeling en voerde verweer tegen de verlaging van de alimentatie.
De rechtbank heeft de minderjarige gehoord, die aangaf geen behoefte te hebben aan contact met zijn vader en zich overvallen voelde door het verzoek. De vader had geen contact met de minderjarige gehad sinds ruim 2,5 jaar en had hem niet geraadpleegd over het verzoek. Gezien de leeftijd van de minderjarige moet zijn mening serieus worden genomen, waardoor een dwang tot contact averechts zou werken.
Ten aanzien van de alimentatieverzoek oordeelde de rechtbank dat de vader onvoldoende inzicht had gegeven in zijn financiële situatie. Ondanks het overleggen van een voorlopige toekenningsbeslissing en een jaarrekening van een holding waarvan hij aandeelhouder is, ontbraken essentiële financiële gegevens. De vader was bovendien niet verschenen om nadere toelichting te geven.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling en verlaging van de kinderalimentatie niet kan worden toegewezen en wees het verzoek af.