Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
bestuurder van een voertuig (fiets), daarmede rijdende over de weg, een fietspad
gelegen op of aan de Willem de Zwijgerlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een
aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in
elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te
handelen:
- hij heeft aldaar gereden terwijl hij een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt
kan worden voor communicatie of informatieverwerking (telefoon) in zijn hand
hield en/of handelingen met die telefoon verrichtte en/of (vervolgens)
- hij heeft aldaar niet zoveel mogelijk rechts gereden en/of heeft hij onvoldoende
aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse gehad en/of heeft hij
de snelheid van zijn fiets niet zodanig geregeld dat hij in staat was om zijn fiets tot
stilstand te kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en
waarover deze vrij was, ten gevolge waarvan hij tegen een aldaar op de rijstrook
bestemd voor het tegemoetkomende verkeer bevindende fietser is gebotst, dan wel
door zijn rijgedrag die fietser ten val gekomen is,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een
verbrijzelde schouder en/of een gebroken arm, of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;
kunnen leiden:
daarmee rijdende op de weg, een fietspad gelegen op of aan de Willem de
Zwijgerlaan als volgt heeft gehandeld:
hij heeft aldaar gereden terwijl hij een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt
kan worden voor communicatie of informatieverwerking (telefoon) in zijn hand
hield en/of handelingen met die telefoon verrichtte en/of (vervolgens)
- hij heeft aldaar niet zoveel mogelijk rechts gereden en/of heeft hij onvoldoende
aandacht voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse gehad en/of heeft hij
de snelheid van zijn fiets niet zodanig geregeld dat hij in staat was om zijn fiets tot
stilstand te kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en
waarover deze vrij was, ten gevolge waarvan hij tegen een aldaar op de rijstrook
bestemd voor het tegemoetkomende verkeer bevindende fietser is gebotst, dan wel
door zijn rijgedrag die fietser ten val gekomen is,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) letsel, te weten een verbrijzelde schouder
en/of een gebroken arm, heeft bekomen,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
een fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
3.De bewijsbeslissing
- hij heeft aldaar gereden terwijl hij een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking (telefoon) in zijn hand hield en vervolgens
- hij heeft aldaar niet zoveel mogelijk rechts gereden en heeft hij onvoldoende aandacht voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse gehad, ten gevolge waarvan hij tegen een fietser is gebotst
endie fietser ten val gekomen is, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een verbrijzelde schouder werd toegebracht
.
,heeft weggenomen met het oogmerk om
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen
.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
De Raad is van mening dat de verdachte de consequenties van zijn antisociale gedrag moet ervaren door het uitvoeren van een onvoorwaardelijke werkstraf. Aanvullende hulpverlening acht de Raad niet aangewezen, nu daarvoor geen indicaties worden gezien.
7.Bijlage
8.De beslissing
geen straf of maatregelzal worden opgelegd.