De rechtbank Den Haag behandelde op 10 februari 2026 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die de minister van Asiel en Migratie op 27 januari 2026 had opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser heeft geen gronden aangevoerd die de rechtmatigheid van de maatregel betwisten. De rechtbank heeft ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel getoetst en geen onrechtmatigheid kunnen vaststellen op basis van de door de minister verstrekte gegevens.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M.C. Schuurman-Kleijberg en bekendgemaakt op 12 februari 2026.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.