ECLI:NL:RBDHA:2026:2733

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
AWB 25/8664
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister van Asiel en Migratie

Verzoeker heeft tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij een eerdere mondelinge uitspraak van de rechtbank op 18 december 2025 in een gerelateerde zaak het beroep reeds is behandeld. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 februari 2026 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/8664

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoekerV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Verzoeker heeft op 14 april 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Bij mondelinge uitspraak van 18 december 2025, zaaknummer AWB 26/8663, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 februari 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.