ECLI:NL:RBDHA:2026:2729
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en toewijzing proceskosten in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat bij een eerdere uitspraak op 11 november 2024 in een bodemprocedure over hetzelfde geschil al een beslissing is genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 934 voor rechtsbijstand en € 187 aan griffierecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.