Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2729

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
NL24.4829
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en toewijzing proceskosten in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij een eerdere uitspraak op 11 november 2024 in een bodemprocedure over hetzelfde geschil al een beslissing is genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen.

Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 934 voor rechtsbijstand en € 187 aan griffierecht. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.4829

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Met het besluit van 8 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder een aanvullend terugkeerbesluit genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 11 november 2024, zaaknummer NL24.4827, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. In de uitkomst van de beroepen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 934, bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld). Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 187 vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 934;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187 aan verzoeker moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 11 februari 2026 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.