ECLI:NL:RBDHA:2026:2723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in vreemdelingenzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 25 september 2025. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiser het griffierecht van €194,- niet heeft betaald, terwijl dit volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verplicht is.
De rechtbank heeft eiser op 5 november 2025 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen vier weken te voldoen, uiterlijk op 3 december 2025. Dit is niet gebeurd en eiser heeft geen geldige reden voor de niet-betaling gegeven.
Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb is het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank doet geen uitspraak over de inhoud van het beroep en wijst ook de proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 9 januari 2026. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.