Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 19 februari 2025 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiseres stelde de minister op 12 september 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn niet heeft nageleefd. Omdat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven, bepaalt de rechtbank dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. De totale beslistermijn wordt daarmee op zestien weken gesteld.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 9 januari 2026.