Verzoeker, geboren in Tunesië en houder van de Nederlandse nationaliteit, verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat zijn Tunesische geboorteakte van 14 december 2023 rechtsgeldig is en om inschrijving daarvan in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage werd als belanghebbende betrokken en voerde verweer.
Tijdens de zitting werd besproken dat het initiële verzoek om de geslachtsnaam te corrigeren niet direct tot het gewenste rechtsgevolg zou leiden. Verzoeker wijzigde daarop zijn verzoek om de geboorteakte te laten erkennen en in te schrijven. De ambtenaar had geen bezwaar tegen toewijzing van dit gewijzigde verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de geboorteakte, voorzien van een apostille en opgemaakt door een bevoegde instantie volgens de plaatselijke voorschriften, vatbaar is voor opname in het Nederlandse register van de burgerlijke stand. Op grond van artikel 1:26a en 1:26b BW werd de verklaring voor recht afgegeven en de inschrijving gelast.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en deed uitspraak op 13 januari 2026 in aanwezigheid van de rechter en griffier.