Partijen zijn gehuwd en ouders van twee minderjarige kinderen en één meerderjarige dochter. De vrouw verzoekt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen: toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan haar en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met een bevel aan de man om de woning te verlaten. Zij stelt dat er sprake is van fysiek en psychisch geweld binnen het huwelijk, wat ook de kinderen heeft geraakt, en dat de thuissituatie onhoudbaar is.
De man erkent dat de communicatie tussen partijen al drie jaar verstoord is, maar ontkent problemen met de kinderen en onderhoudt regelmatig contact met hen. De rechtbank heeft de situatie beoordeeld en concludeert dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de situatie zodanig ernstig is dat gezamenlijke bewoning niet langer mogelijk is. De kinderen functioneren goed op school, hebben een eigen slaapkamer en onderhouden contact met beide ouders.
De verklaring van de meerderjarige dochter over de onhoudbaarheid van de thuissituatie is niet geverifieerd en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen noodzaak voor de gevraagde ingrijpende maatregelen en wijst de verzoeken van de vrouw af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.