ECLI:NL:RBDHA:2026:2644

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/09/695147 / FA RK 25-8903
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toevertrouwing kinderen en uitsluitend gebruik echtelijke woning

Partijen zijn gehuwd en ouders van twee minderjarige kinderen en één meerderjarige dochter. De vrouw verzoekt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen: toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan haar en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, met een bevel aan de man om de woning te verlaten. Zij stelt dat er sprake is van fysiek en psychisch geweld binnen het huwelijk, wat ook de kinderen heeft geraakt, en dat de thuissituatie onhoudbaar is.

De man erkent dat de communicatie tussen partijen al drie jaar verstoord is, maar ontkent problemen met de kinderen en onderhoudt regelmatig contact met hen. De rechtbank heeft de situatie beoordeeld en concludeert dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de situatie zodanig ernstig is dat gezamenlijke bewoning niet langer mogelijk is. De kinderen functioneren goed op school, hebben een eigen slaapkamer en onderhouden contact met beide ouders.

De verklaring van de meerderjarige dochter over de onhoudbaarheid van de thuissituatie is niet geverifieerd en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank ziet daarom geen noodzaak voor de gevraagde ingrijpende maatregelen en wijst de verzoeken van de vrouw af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toevertrouwing van de kinderen en uitsluitend gebruik van de echtelijke woning af wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8903
Zaaknummer: C/09/695147
Datum beschikking: 13 januari 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 25 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. de Koning te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk S. Olia;
  • de man;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de verzoeken, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd in [land] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
- Daarnaast zijn zij de ouders van het volgende meerderjarige kind:
- [de meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2005 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ).
- De vrouw, de man en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt:
  • te bepalen dat de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
  • te bepalen dat de vrouw uitsluitend gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , en met bevel dat de man de woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert mondeling verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze voorlopige voorzieningenprocedure rechtsmacht toe en past daarbij Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik van de echtelijke woning en toevertrouwing van de kinderen
Ter onderbouwing van haar verzoeken voert de vrouw het volgende aan. Volgens de vrouw is sprake van fysiek en psychisch geweld binnen het huwelijk. Hiervan zijn ook de kinderen getuigen (geweest), waardoor zij en de vrouw erg bang voor de man zijn. Daarbij praten de man en de vrouw al drie jaar niet meer met elkaar. De vrouw stelt dat de thuissituatie onhoudbaar is en dat deze op korte termijn beëindigd moet worden.
De man heeft op de zitting verweer gevoerd. De man erkent dat hij en de vrouw al drie jaar niet meer met elkaar praten en elkaar zoveel mogelijk proberen te vermijden. Hij heeft echter geen problemen met de kinderen en spreekt [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] regelmatig.
De rechtbank overweegt als volgt. Partijen bevinden zich al drie jaar in een moeilijke (thuis)situatie, waarbij -zoals ook op de zitting bleek- de verhoudingen tussen partijen merkbaar zijn verstoord en partijen niet meer met elkaar spreken. De rechtbank is echter van oordeel dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de situatie op dit moment zodanig ernstig is (geworden) dat partijen niet langer gezamenlijk in één woning kunnen verblijven. De enige verandering die de vrouw heeft aangevoerd, is dat zij voornemens is een echtscheidingsprocedure aanhangig te maken.
Bovendien is de rechtbank niet gebleken dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is om een ingrijpende maatregel te nemen, zoals door de vrouw verzocht. De kinderen doen het prima op school, hebben thuis een eigen slaapkamer en eten ‘s avonds met de vrouw. Daarnaast spreken [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en de man met elkaar. Het enkele feit dat de oudste dochter van partijen, [de meerderjarige] , -zo bleek op de zitting- tegenover de advocaat van de vrouw heeft verklaard dat de thuissituatie onhoudbaar is, maakt dit niet anders. De rechtbank kan deze verklaring niet verifiëren en bovendien is ook deze verklaring niet verder onderbouwd.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen, afwijzen. Daarom ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de kinderen aan de vrouw toe te vertrouwen. Dit verzoek zal daarom tevens worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af de verzoeken van de vrouw;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 januari 2026.