Eiser is in vreemdelingenbewaring geplaatst op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft dit beroep behandeld en beoordeeld of de bewaring rechtmatig voortduurt gedurende de asielprocedure, inclusief de periode waarin rechtsmiddelen nog mogelijk zijn.
De rechtbank overweegt dat artikel 6, derde lid, van de Vw en artikel 8, derde lid, onder c, van de Opvangrichtlijn het toestaan om vreemdelingen in bewaring te houden zolang er nog geen definitieve beslissing is genomen op hun asielverzoek. Dit omvat ook de periode waarin rechtsmiddelen tegen het asielbesluit nog openstaan. Hoewel de maatregel niet expliciet vermeldt dat deze ook ziet op de beroepsprocedure, volgt uit jurisprudentie dat dit wel het geval is.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig voortduurt en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een tweede beroep, voortkomend uit een kennisgeving van verweerder, wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang ontbreekt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.