In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 8 januari 2026, gaat het om een opvolgend beroep van eisers tegen de minister van Asiel en Migratie. De eisers hebben beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank heeft eerder de minister opgedragen om uiterlijk 1 april 2025 een beslissing te nemen, maar deze termijn is niet nageleefd. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld en vastgesteld dat het dossier mogelijk niet compleet is, omdat de minister nog documenten moet beoordelen. De rechtbank heeft bepaald dat de minister binnen vier weken na de uitspraak een beslissing moet nemen op de aanvraag. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister is ook veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en bevat informatie over de mogelijkheid tot verzet tegen de uitspraak.