ECLI:NL:RBDHA:2026:2605
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken procespartij in bestuursrechtelijke hoofdzaak
De meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag heeft op 11 februari 2026 het wrakingsverzoek van verzoeker behandeld. Verzoeker wilde de rechter wraken die betrokken is bij de hoofdzaak (nummer SGR 25/5412), omdat hij meent onterecht niet als belanghebbende te zijn aangemerkt en daardoor geen toegang tot het procesdossier en de procedure te hebben gekregen.
Verzoeker stelt dat de rechter nagelaten heeft ambtshalve te toetsen of het besluit van de Belastingdienst tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van zijn fiscale partner rechtmatig was. Hierdoor zou sprake zijn van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter.
De wrakingskamer oordeelt dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend door een procespartij, zoals bepaald in artikel 8:15 Awb Pro. Omdat verzoeker in de hoofdzaak niet als belanghebbende is aangemerkt, is hij geen procespartij en dus niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het verzoek is niet nodig. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen procespartij is in de hoofdzaak.