Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2564

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/644732 / FA RK 23-2072
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Definitieve vaststelling zorgregeling en afsplitsing kinderalimentatieprocedure

De rechtbank Den Haag heeft op 12 januari 2026 een beschikking gegeven inzake de verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor drie minderjarige kinderen. De voorlopige zorgregeling van december 2024, waarbij de vader zorg draagt voor de kinderen met specifieke haal- en brengtijden, wordt definitief vastgesteld. De ouders zijn overeengekomen dat de overdracht van de kinderen voortaan bij de voordeur van de moeder plaatsvindt in plaats van op een openbare locatie.

De vader blijft verantwoordelijk voor het halen en brengen van de kinderen, mede omdat de moeder nagenoeg de volledige zorg draagt. De ouders verdelen vakanties en feestdagen in onderling overleg gelijkelijk. De rechtbank acht deze regeling redelijk en in het belang van de kinderen.

Daarnaast heeft de moeder een verzoek ingediend tot vaststelling van kinderalimentatie, dat door de rechtbank is afgesplitst in een aparte procedure. De rechtbank gaat ervan uit dat de moeder het verzoek handhaaft, maar zal hierover in een aparte zaak beslissen na ontvangst van het verweerschrift van de vader.

Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de zorgregeling wordt conform de gemaakte afspraken vastgesteld.

Uitkomst: De voorlopige zorgregeling wordt definitief vastgesteld en het verzoek tot kinderalimentatie wordt afgesplitst voor verdere behandeling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-2072
Zaaknummer: C/09/644732
Datum beschikking: 12 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 16 maart 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: eerst mr. T. Grootenhuis in ’s-Gravenhage, daarna mr. J.M.C. Wittens in
‘s-Gravenhage, nu mr. H. Devkinandan in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. Moene in ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 24 december 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – :
- bepaald dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]
voorlopigbij de vader zullen zijn, waarbij de vader haalt en brengt tenzij de ouders anders overeenkomen:
- met ingang van vrijdag 11 juli 2025:
  • in de oneven weken op woensdag waarbij [de minderjarige 1] door de vader uit school wordt opgehaald en [de minderjarige 2] om 13.00 uur door de vader wordt opgehaald bij de door de ouders reeds afgesproken openbare plek tot donderdagochtend, waarbij de vader [de minderjarige 1] naar school en [de minderjarige 2] naar de kinderopvang zal brengen;
  • in de even weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur;
- bepaald dat [de minderjarige 3]
voorlopigbij de vader zal zijn, waarbij de vader haalt en brengt tenzij de ouders anders overeenkomen:
- met ingang van zondag 23 februari 2025:
- in de even weken: op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
- in de oneven weken: op zondag van 15.00 uur tot 17.00 uur;
  • het verzoek tot het benoemen van een bijzondere curator afgewezen;
  • iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden tot 1 september 2025 pro forma in afwachting van het verloop van de zorgregeling.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook van:
  • het e-mailbericht van 15 januari 2025 van [instantie] ;
  • het bericht van 19 augustus 2025 van de vader, met bijlage, waarin hij zijn zelfstandige verzoek wijzigt;
  • het bericht van 2 oktober 2025 van de moeder, met bijlage;
  • het bericht van 9 december 2025 van de moeder, met bijlagen.
Op 15 december 2025 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door mr. C. Ekholm als waarnemend advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

De moeder heeft bij bericht van 9 december 2025 verzocht te bepalen dat de vader zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 500,- per maand dan wel een bedrag die de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, met ingang van
1 november 2025, bij vooruitbetaling te voldoen.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – wordt besproken. Daarnaast ligt het zelfstandige verzoek van de vader over de zorgregeling nog voor. De vader heeft bij bericht van 19 augustus 2025 zijn zelfstandige verzoek gewijzigd, in die zin dat hij nu uitvoerbaar bij voorraad verzoekt:
- een zorgregeling te bepalen waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij vader zijn:
- de schoolweken
  • oneven weken op woensdag, waarbij de vader [de minderjarige 1] uit school ophaalt en [de minderjarige 2] om 13.00 uur op een openbare plek ophaalt en [de minderjarige 1] op donderdag naar school brengt en [de minderjarige 2] op donderdag naar de kinderopvang brengt;
  • even weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur;
- de helft van de vakanties en feestdagen (in onderling overleg te verdelen);
- te bepalen dat aan de zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 3] in goed onderling overleg invulling wordt gegeven, waarbij als basis geldt:
  • even weken: zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
  • oneven weken: zondag van 15.00 uur tot 17.00 uur.
De moeder voert geen verweer.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen in de vorige beschikkingen is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De ouders hebben overeenstemming bereikt over de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. Zij willen dat de voorlopige zorgregeling, zoals bepaald bij beschikking van 24 december 2024, definitief wordt vastgesteld. Daarbij hebben de ouders aangegeven dat de overdracht van de kinderen niet langer op een openbare locatie hoeft plaats te vinden, maar kan plaatsvinden buiten bij de voordeur van de woning van de moeder. De rechtbank acht het daarbij redelijk dat de vader het halen en brengen volledig voor zijn rekening blijft nemen, gelet op het feit dat de moeder nagenoeg de volledige zorg voor de kinderen heeft.
Daarnaast zijn de ouders overeengekomen dat zij in onderling overleg de vakanties en feestdagen bij helfte zullen verdelen. De vader heeft op de zitting aangegeven een opzet te zullen maken tot en met de zomervakantie 2026, en deze opzet naar de moeder zal sturen.
De rechtbank zal conform deze overeenstemming beslissen, ook omdat niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet. Het meer of anders verzochte zal de rechtbank afwijzen.
Kinderalimentatie
Door de moeder is op 9 december 2025 een verzoek tot vaststelling van een door de vader aan haar te betalen kinderalimentatie voor de kinderen ingediend. Op de zitting is tussen de ouders besproken dat de moeder mogelijk geen belang meer heeft bij dit verzoek. Met de waarnemend advocaat is afgesproken dat als dat zo is de moeder het desbetreffende verzoek zal intrekken en dat de advocaat van de moeder dat tijdig voor de op zitting genoemde beschikkingsdatum aan de rechtbank zal doorgeven. Omdat de rechtbank niets heeft vernomen, gaat de rechtbank ervan uit dat de moeder het verzoek handhaaft.
De rechtbank heeft het verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie afgesplitst, onder zaak- en rekestnummer C/09/697385 en FA RK 26-204. Aan de vader is een schriftelijke verweertermijn gegeven. Na ontvangst van het verweerschrift van de vader zal in die procedure worden beslist over het verdere verloop.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
24 december 2024 –:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
bij de vader zullen zijn, waarbij de vader haalt en brengt:
  • in de oneven weken op woensdag, waarbij [de minderjarige 1] door de vader uit school wordt opgehaald en [de minderjarige 2] om 13.00 uur door de vader wordt opgehaald bij de voordeur van de moeder tot donderdagochtend, waarbij de vader [de minderjarige 1] naar school en [de minderjarige 2] naar de kinderopvang zal brengen;
  • in de even weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur;
*
bepaalt ten aanzien van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] dat de ouders in onderling overleg de vakanties en feestdagen bij helfte verdelen;
*
bepaalt ten aanzien van de zorgregeling tussen de vader en de minderjarige [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2010 in [geboorteplaats 2] dat daaraan in goed onderling overleg invulling wordt gegeven, waarbij als basis geldt dat [de minderjarige 3] bij de vader zal zijn, waarbij de vader haalt en brengt:
  • in de even weken: op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
  • in de oneven weken: op zondag van 15.00 uur tot 17.00 uur;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
heeft het verzoek ten aanzien van de kinderalimentatie afgesplitst, onder zaak- en rekestnummer C/09/697385 en FA RK 26-204.
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 januari 2026.