ECLI:NL:RBDHA:2026:2559

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/690465 / JE RK 25-1477
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige en afwijzing verzoek bijzondere curator

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 13 oktober 2026. De kinderrechter constateerde dat er nog sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging door spanningen tussen de ouders, die de minderjarige duidelijk beïnvloeden. De ouders volgen mediation en staan op een wachtlijst voor aanvullende trajecten, terwijl ook hulpverlening voor de minderjarige en ouders wordt ingezet.

De vader voerde verweer tegen de verlenging en verzocht zelfstandig om benoeming van een bijzondere curator, stellende dat de jeugdbeschermer onvoldoende betrokken is en de belangen van de minderjarige niet goed behartigt. De moeder stemde in met de verlenging en benadrukte de noodzaak van hulpverlening.

De kinderrechter oordeelde dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat de jeugdbeschermer betrokken moet blijven. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator werd afgewezen omdat er geen strijd tussen de belangen van de minderjarige en de ouders is en de vader onvoldoende aannemelijk maakte dat de jeugdbeschermer tekortschiet.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026. Tegen deze eindbeslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd en het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/690465 / JE RK 25-1477
Datum uitspraak: 12 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over:
Een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling
Afwijzing van een zelfstandig verzoek tot benoeming van een bijzondere curator
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Minkes uit Amsterdam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. W.G. Nieman uit Leiden.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 8 oktober 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 13 januari 2026. De behandeling van het verzoek (dat strekte tot verlenging van de ondertoezichtstelling met één jaar) is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting vóór 13 januari 2026.
1.2.
Omdat in de beschikking van 8 oktober 2025 de namen van de advocaten van de ouders abusievelijk bleken te zijn omgewisseld, heeft de kinderrechter in deze rechtbank dit bij beschikking van 11 november 2025 rechtgezet door de beschikking van 8 oktober 2025 op dit punt te verbeteren.
1.3.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 8 oktober 2025 en de daarin genoemde stukken;
  • de stukken van de advocaat van de vader, met zelfstandig verzoek, ontvangen op 6 en 8 januari 2026;
  • de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 23 december 2025, ontvangen op 7 januari 2026.
1.4.
Op 9 januari 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat.
De advocaat van de vader heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen. Deze pleitnota is aan het dossier toegevoegd.

2.De feiten

2.1.
Voor de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 8 oktober 2025.

3.Het verzoek van de gecertificeerde instelling

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen met de op basis van het oorspronkelijke verzoek resterende duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De onderlinge communicatie tussen de vader en de moeder is verbeterd. Het lukt hen beter om in het belang van [de minderjarige] te communiceren. Wel komt het oude patroon van verstoorde communicatie af en toe nog naar boven. De vader en de moeder zijn eind oktober 2025 gestart met een mediation-traject. Binnen dit traject wordt gesproken over hun wensen en proberen zij te komen tot afspraken in aanvulling op de door de familierechter vastgestelde omgangsregeling. De uitkomst van het traject zal worden vastgelegd in een ouderschapsplan. De vader en de moeder zijn daarnaast aangemeld voor het traject Parallel Solo Ouderschap en zij staan daarvoor op de wachtlijst. [de minderjarige] en de vader zien elkaar conform de door de familierechter vastgestelde omgangsregeling. De afgelopen periode is heeft [de minderjarige] meermaals geprobeerd om bij de vader te gaan logeren, maar de ouders hebben geconcludeerd dat dit momenteel niet haalbaar is. Vader werkt goed mee aan zijn behandeling bij De Waag gericht op het reguleren van zijn emoties. Er zal binnenkort hulpverlening door Het Kasteel worden ingezet voor [de minderjarige] en een deel van dat traject zal systemisch van aard zijn in die zin dat ook de ouders daarbij worden betrokken. In dit traject zal ook het thema slapen bij de vader en de weerstand die [de minderjarige] ervaart, worden besproken.

4.De standpunten van de ouders over het verzoek van de gecertificeerde instelling

4.1.
Door en namens de vader is verweer gevoerd tegen het verzochte. De vader wil niet dat de ondertoezichtstelling blijft doorlopen. De ondertoezichtstelling werkt niet. De jeugdbeschermer hoort de regie te voeren en hulpverlening in te zetten. De jeugdbeschermer doet dit echter niet. De vader maakt zich zorgen over [de minderjarige] . [de minderjarige] zit klem en krijgt geen emotionele toestemming van de moeder om onbelast contact te hebben met de vader. De omgangsmomenten worden met regelmaat door de moeder afgezegd wegens overmacht, terwijl van overmacht geen sprake is. De jeugdbeschermer laat dit alles toe, informeert niet naar hoe de omgang van [de minderjarige] met de vader verloopt en het is de moeder die de scepter zwaait als het gaat om het inzetten van hulpverlening. Vader wordt hier niet bij betrokken. De moeder zoekt het nu weer in speltherapie voor [de minderjarige] , terwijl het méér in het belang is van [de minderjarige] om een (erkende) kinderpsycholoog in te zetten. Mocht de kinderrechter ondertoezichtstelling nog noodzakelijk achten, dan is hooguit verlenging van één maand aangewezen om de uitkomst van het mediatontraject af te wachten.
4.2.
Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder geeft aan dat ze moeilijk met [de minderjarige] kan praten over bepaalde onderwerpen, omdat [de minderjarige] dichtklapt. Hierdoor weet de moeder niet wat er in het hoofd van [de minderjarige] omgaat. Ze vindt het daarom belangrijk dat er opnieuw hulpverlening voor [de minderjarige] wordt ingezet om haar hierbij te helpen. [de minderjarige] bouwt spanning op voorafgaand aan de omgangsmomenten met de vader en laat gedrag als schoppen, slaan en bijten zien wanneer zij terugkomt van haar vader. Het contact met de jeugdbeschermer verloopt beter dan in het verleden en de moeder en de jeugdbeschermer hebben regelmatig contact.

5.Het zelfstandige verzoek van de vader

5.1.
De vader verzoekt een bijzondere curator te benoemen. Dit is volgens de vader noodzakelijk en in het belang van [de minderjarige] omdat de jeugdbeschermer nauwelijks betrokken is bij het gezin, zich niet actief opstelt en onvoldoende naar [de minderjarige] luistert. De bijzondere curator moet de belangen van [de minderjarige] gaan onderzoeken en haar vertegenwoordigen.

6.De standpunten over het zelfstandige verzoek van de vader

6.1.
De moeder en de gecertificeerde instelling hebben de kinderrechter verzocht het zelfstandige verzoek van de vader af te wijzen, kort gezegd omdat de vader al eerder een dergelijk verzoek heeft gedaan en dit toen is afgewezen, het mediation-traject nog loopt en het nu aan de ouders is om stappen te gaan zetten en voor [de minderjarige] een kindertherapeut is gevonden. Zij hebben er daarnaast op gewezen dat de taak van een bijzondere curator niet kan worden vergeleken met die van een jeugdbeschermer.

7.De beoordeling

7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
7.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . De kern is dat [de minderjarige] wordt blootgesteld aan spanningen tussen haar beide ouders die vooral gaan over de omgang van [de minderjarige] met haar vader. Het is duidelijk dat [de minderjarige] hier last van heeft. [de minderjarige] en de ouders zijn inmiddels aangemeld bij Het Kasteel voor individuele en systemische behandeling. De ouders zijn bezig met een mediation-traject en de bedoeling is dat zij, als dat traject is afgerond, gaan starten met het traject Parallel Solo Ouderschap; hiervoor staan zij op de wachtlijst. Het is van belang dat de ouders genoemde trajecten gaan volgen dan wel blijven volgen om zo te komen tot een situatie van rust voor [de minderjarige] . Omdat er nog veel gaande is en nog veel moet gebeuren, is de kinderrechter van oordeel dat de jeugdbeschermer de komende periode betrokken moet blijven. Overdracht naar het vrijwillig kader is nog niet mogelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] daarom verlengen met de verzochte negen maanden.
7.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
7.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7.5.
Ten aanzien van het zelfstandige verzoek van de vader overweegt de kinderrechter als volgt. Kortgezegd kan de kinderrechter een bijzondere curator benoemen wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met gezag belaste ouder in strijd zijn met die van de minderjarige, en zij die benoeming in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht.
7.6.
De kinderrechter ziet geen aanleiding om een bijzondere curator te benoemen. Dat de jeugdbeschermer de belangen van [de minderjarige] onvoldoende zou behartigen, is, zo dit al grond kan vormen om tot benoeming van een bijzondere curator over te gaan, door de vader onvoldoende aangetoond. De vader heeft omgang met [de minderjarige] en er is hulpverlening ingezet dan wel aanstaande voor [de minderjarige] én beide ouders. Ook is er geen sprake van strijd tussen de belangen van [de minderjarige] en die van (één van) beide ouders.

8.De beslissing

De kinderrechter:
8.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 13 oktober 2026;
8.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
8.3.
wijst af het zelfstandige verzoek van de vader.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026 door
mr. J.E. Bierling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.