Uitspraak
Vervangende toestemming erkenning en kinderalimentatie
Beschikking op het op 19 september 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de moeder] ,
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats 1] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 10 oktober 2024;
- het verslag van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 6 januari 2025 van de man;
- het F9-formulier van 10 januari 2025 van de moeder;
- het F9-formulier van 14 januari 2025 van de man;
- het F9-formulier van 24 april 2025 van de man;
- het bericht van 28 mei 2025 van de moeder;
- het F9-formulier van 13 juni 2025 van de man;
- het verweerschrift van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 4 december 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 4 december 2025 van de man, met bijlagen.
- het verzoekschrift van de moeder, met bijlagen;
- het verweerschrift van de man, met bijlagen.
gecombineerdop de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de man met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- [minderjarige] is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
- De man, de moeder en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 oktober 2024 is mr. H. Dreesman-Bruijntjes voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
- Bij beschikking van 21 oktober 2025 van deze rechtbank zijn partijen doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en het traject begeleide omgang en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie. Daarnaast is bepaald dat de omgang tussen de man en [minderjarige] begeleid zal plaatsvinden onder regie van de hulpverleningsinstantie.
- Uit de door de man overgelegde uitslag van een DNA-vaderschapsthuistest blijkt dat de man met meer dan 99,999% zekerheid de biologische vader is van [minderjarige] .
Verzoek en verweer
- hem vervangende toestemming als bedoeld in artikel 1:204 lid 3 BW Pro te verlenen, zodat hij de minderjarige kan erkennen;
- de man naast de moeder te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] en te bepalen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder, althans een beslissing op dit punt te nemen zoals de rechtbank in goede justitie juist en redelijk acht;
- te bepalen dat [minderjarige] bij de man zal verblijven gedurende:
Beoordeling
15 juli 2026, in afwachting van de resultaten van de hulpverleningstrajecten.
- de pensioenpremie van afgerond € 179,- per maand;
- de premie Paww van afgerond € 2,- per maand.
€ 0
€ 117,- per maand en dit is dus onvoldoende om in zijn onderhoudsverplichtingen te voorzien.
Beslissing
gezag, de omgangs- c.q. zorgregeling, de hoofdverblijfplaats en de informatieregelingaan tot
15 juli 2026 pro forma, in afwachting van de berichten van partijen en de hulpverlenende instantie zoals bepaald in de beschikking van 21 oktober 2025 in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/688358 / FA RK 25-5270.