ECLI:NL:RBDHA:2026:2518

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
SGR 25/5400, SGR 25/8166 en SGR 25/8179
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 4:17 AwbArt. 6:2 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens ontbreken besluit in zin van Awb bij Uwv-maatregelen

Eiser heeft drie aanvragen ingediend bij het Uwv: verwijdering van de waarschuwingslijst, opheffing van een belverbod en verstrekking van informatie over de oplegging van deze maatregelen. Het Uwv heeft niet tijdig op deze aanvragen beslist, waarop eiser beroepen instelde bij de rechtbank.

De rechtbank beoordeelt of deze aanvragen kwalificeren als besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, hetgeen vereist is voor ontvankelijkheid van het beroep tegen niet-tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat noch het verwijderen van persoonsgegevens van de waarschuwingslijst, noch het opheffen van het belverbod, noch het verstrekken van informatie een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg betreft. Deze handelingen zijn niet gebaseerd op een specifieke wettelijke bevoegdheid.

Daarom zijn de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst erop dat de toegekende dwangsom wegens te late beslissing niet anders doet aan de kwalificatie van de aanvragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet-tijdig beslissen door het Uwv zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvragen geen besluiten in de zin van de Awb zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 25/5400, SGR 25/8166 en SGR 25/8179

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: S. Foullani),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,het Uwv (gemachtigde: C. Schravesande).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen het niet-tijdig beslissen door het Uwv op drie aanvragen. Het betreft de aanvraag van 14 januari 2025 om eiser van de waarschuwingslijst te verwijderen (aanvraag I), de aanvraag van 14 januari 2025 om het belverbod op te heffen (aanvraag II) en de aanvraag van 20 september 2024 om informatie te verstrekken over het opleggen van deze maatregelen (aanvraag III).
1.2.
Per brief van 2 september 2024 heeft het Uwv aan eiser medegedeeld dat hem een belverbod is opgelegd en dat de gegevens van eiser tot 2 september 2026 op een waarschuwingslijst zijn geplaatst. De plaatsing op de waarschuwingslijst betekent dat het Uwv zwaardere maatregelen kan nemen indien eiser agressief gedrag vertoond.
1.3.
Eiser heeft op 20 september 2024 gereageerd op deze brief. Hij verzocht het Uwv informatie te verstrekken omtrent het opleggen van de maatregelen en maakte bezwaar tegen het besluit van 2 september 2024.
1.4.
Op 8 januari 2025 heeft het Uwv dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 2 september 2024 geen beslissing in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb) is.
1.5.
Op 14 januari 2025 heeft eiser per brief gesteld dat de brief van 20 september 2024 moet worden begrepen als een verzoek om het belverbod op te heffen en een verzoek om eiser van de waarschuwingslijst te halen. Hij ontvangt graag alsnog met spoed een beslissing op deze verzoeken. Ook verzoekt eiser in deze brief nogmaals de informatie omtrent het opleggen van de maatregelen.
1.6.
Op 22 april 2025 heeft eiser met betrekking tot elk verzoek een ingebrekestelling verzonden wegens het niet tijdig beslissen. Hij verzoekt daarmee een beslissing op zijn aanvragen en een dwangsom wegens het overschrijden van de beslistermijn. Op 15 augustus 2025 heeft eiser een drievoudig beroep ingesteld.
1.7.
Op 22 december 2025 heeft het Uwv aan eiser een dwangsom van € 1.442,- toegekend wegens een te late beslissing.
1.8.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Awb maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

Het standpunt van eiser
2.1.
Eiser verzoekt de rechtbank het Uwv op te dragen binnen twee weken te beslissen op het verzoek van 14 januari 2025 om eiser van de waarschuwingslijst te verwijderen, het verzoek van 14 januari 2025 om het belverbod op te heffen en het verzoek van 20 september 2024 om informatie te verstrekken over het opleggen van de maatregelen. Eiser heeft per brief van 11 november 2025 bevestigd dat de beroepen niet gericht zijn tegen de beslissing op bezwaar van 8 januari 2025.
2.2.
Eiser verzoekt de rechtbank in alle beroepen een dwangsom op te leggen van € 100,- per dag voor iedere dag dat het Uwv nalaat een beslissing te nemen, met een maximum van € 20.000,-. Eiser verzoekt ook het Uwv te veroordelen tot betaling van een dwangsom conform artikel 4:17 Awb Pro voor iedere dag dat het Uwv na de ingebrekestelling van 22 april 2025 in gebreke blijft.
Het standpunt van het Uwv
3.1.
Het Uwv stelt in zijn verweerschrift van 28 augustus 2025 dat eisers beroep gericht is tegen de beslissing van 8 januari 2025. Eiser heeft niet gemotiveerd waarom de brief van 2 september 2024 als een besluit kwalificeert. Het beroep dient daarom ongegrond te worden verklaard.
3.2.
Het Uwv reageert in een verweerschrift van 18 december 2025 op de beroepen over het verzoek tot verwijdering van de waarschuwingslijst (aanvraag I) en het informatieverzoek (aanvraag III). Het Uwv geeft aan dat de brieven van eiser per abuis niet zijn doorgestuurd aan de afdeling Privacy, en dat dit alsnog is gebeurd. De afdeling Privacy wacht met de behandeling van de aanvragen tot eiser alle stukken heeft gestuurd. De verzoeken worden met voorrang afgehandeld, maar hiervoor is het Uwv afhankelijk van de medewerking van eiser en diens gemachtigde.
3.3.
Het Uwv reageert in een tweede verweerschrift van eveneens 18 december 2025 op het beroep over het verzoek om het belverbod op te heffen (aanvraag II). Volgens het Uwv betreft het opheffen van een belverbod een feitelijke handeling. Er is geen rechtsgevolg. Er hoeft dan ook geen beslissing in het kader van de Awb te worden afgegeven. De ingebrekestelling treft daarom geen doel en het beroep dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Het oordeel van de rechtbank
4.1.
Op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb in samenhang met artikel 6:2, onder b, van de Awb kan tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Voor de ontvankelijkheid van het beroep is vereist dat de verzoeken van eiser aanvragen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb zijn. Dat wil zeggen een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen.
4.2.
Een besluit is volgens artikel 1:3, eerste lid, van de Awb een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
4.3.
Eiser verzoekt schriftelijke beslissingen van een bestuursorgaan. De vraag is of deze beslissingen publiekrechtelijke rechtshandelingen zijn. Daarvoor is nodig dat de gevraagde beslissing gericht is op rechtgevolg. Daarvan is sprake als de beslissing erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. [1] Een rechtshandeling is publiekrechtelijk als die is gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. Daarvan is in de regel sprake als het bestuursorgaan de bevoegdheid tot het verrichten van die handeling ontleent aan een specifiek wettelijk voorschrift.
5.1.
Met aanvraag I wenst eiser dat het Uwv hem van de waarschuwingslijst verwijdert. Het opslaan en verwijderen van iemands persoonsgegevens op een waarschuwingslijst heeft geen rechtsgevolg en is niet gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. Daarom is het niet aan te merken als een besluit.
5.2.
Met aanvraag II wenst eiser dat het Uwv het opgelegde belverbod opheft. Het opleggen en opheffen van een belverbod is niet gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag, en is daarom niet aan te merken als een besluit. [2]
5.3.
Met aanvraag III wenst eiser dat het Uwv informatie verstrekt over de totstandkoming van de maatregelen. Het verstrekken van informatie heeft geen rechtsgevolg en is niet gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. Daarom is het niet aan te merken als een besluit.
5.4
Dat het Uwv in het besluit van 22 december 2025 een dwangsom heeft toegekend aan eiser wegens de op 22 april 2025 ontvangen melding te late beslissing, maakt dit niet anders. Uit het besluit van 22 december 2025 wordt overigens ook niet duidelijk of deze dwangsom is toegekend vanwege aanvraag I, II of III dan wel alledrie gezamenlijk.

Conclusie en gevolgen

6. De conclusie is dat geen van de beroepen gericht zijn op het niet tijdig nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, en dat de verzoeken geen aanvragen zijn in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Eiser kan hierover dus geen beroep instellen bij de bestuursrechter.
7. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J. Bronsveld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.ABRvS 30 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC3065.
2.Vergelijk rb. Den Haag 1 maart 2018,