ECLI:NL:RBDHA:2026:2518
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens ontbreken besluit in zin van Awb bij Uwv-maatregelen
Eiser heeft drie aanvragen ingediend bij het Uwv: verwijdering van de waarschuwingslijst, opheffing van een belverbod en verstrekking van informatie over de oplegging van deze maatregelen. Het Uwv heeft niet tijdig op deze aanvragen beslist, waarop eiser beroepen instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelt of deze aanvragen kwalificeren als besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, hetgeen vereist is voor ontvankelijkheid van het beroep tegen niet-tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat noch het verwijderen van persoonsgegevens van de waarschuwingslijst, noch het opheffen van het belverbod, noch het verstrekken van informatie een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg betreft. Deze handelingen zijn niet gebaseerd op een specifieke wettelijke bevoegdheid.
Daarom zijn de beroepen niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank wijst erop dat de toegekende dwangsom wegens te late beslissing niet anders doet aan de kwalificatie van de aanvragen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet-tijdig beslissen door het Uwv zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvragen geen besluiten in de zin van de Awb zijn.