3.3.Het oordeel van de rechtbank
Bij de verdachte zijn tijdens zijn aanhouding meerdere kledingstukken van de Primark in zijn tas aangetroffen met prijskaartjes eraan. De verdachte heeft ter terechtzitting over het verkrijgen van deze kledingstukken verklaard dat hij pasjes/cadeaukaarten had gekregen van Stichting Barka waarmee hij boodschappen kon kopen. Deze pasjes heeft hij naar eigen zeggen gegeven aan een man die hiermee bij de Primark deze kledingstukken heeft gekocht en aan hem heeft gegeven. Hoewel de rechtbank vraagtekens zet bij de aannemelijkheid van deze verklaring is de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat het dossier en hetgeen ter terechtzitting is verhandeld onvoldoende aanknopingspunten bieden om vast te kunnen stellen dat de kledingstukken uit enig misdrijf zijn verkregen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat feit 3 niet wettig en overtuigend is bewezen en wordt de verdachte daarvan vrijgesproken.
Bewezenverklaring feiten 1 en 2
De rechtbank acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
De rechtbank zal voor feit 1 met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025343904, van de politie eenheid Den Haag (p. 1 t/m 50).
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 januari 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens Etos, opgemaakt op 10 oktober 2025 (p. 3-4);
3. Het geschrift, te weten vier kassabonnen van de Etos d.d. 11 oktober 2025 (p. 50).
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025343968, van de politie eenheid Den Haag (p. 1 t/m 50).
1. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Albert Heijn, opgemaakt op 10 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 19):
Plaats delict: [adres] te Pijnacker (Albert Heijn).
Pleegdatum: 10 oktober 2025.
De volgende goederen zijn bij de diefstal weggenomen: 2 bierkratten gevuld met lege bierflesjes.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 11 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 23-24):
Op 11 oktober 2025 was ik, verbalisant, belast met het uitkijken van camerabeelden. Op deze camerabeelden was een diefstal zichtbaar gepleegd op 10 oktober 2025. Op de beelden zou zichtbaar zijn dat een persoon twee lege bierkratten wegneemt van het los- en laadstation van de Albert Heijn gelegen op het [straatnaam] te Pijnacker.
Ik zie op de camerabeelden een los- en laadstation van een supermarkt. Ik zie dat er links in beeld een man komt aanlopen. Ik zal deze man als NN1 aanduiden. Ik zie dat NN1 naar de rolcontainer met bierkratten loopt. Ik zie dat NN1 met zijn rechterhand een krat van de rolcontainer met bierkratten pakt. Ik zie dat NN1 weer links uit beeld loopt. Ik zie dat de twee mannen die bezig zijn met laden en lossen van de vracht de lading op de laadklep opvangen en van de laadklep halen. Terwijl dit gebeurt zie ik links NN1 in beeld komen lopen. Ik zie dat NN1 richting de rolcontainer met bierkratten loopt, ik zie dat hij niet meer de bierkrat vastheeft die hij zojuist heeft gepakt. Ik zie dat, op het moment dat de man met het gele hesje de oplegger inloopt om nog meer rolcontainers te pakken en als de mannen die laden en lossen het magazijn inlopen, NN1 richting de rolcontainer met bierkratten loopt. Ik zie dat NN1 van de rolcontainer met bierkratten weer een krat met bier pakt en weer terug loopt met de krat bier.
Ik zie dat het andere fragment visoogcamera is die de ingang van de Albert Heijn filmt. Ik zie dat NN1 de winkel in komt gelopen met twee bierkratten.
3. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 19 januari 2026, voor zover inhoudende:
Het klopt dat ik op de camerabeelden de persoon ben die de bierkratten uit de kar pakt.