Verzoeker diende op 26 mei 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een mvv-nareis van 4 augustus 2023. Op 8 januari 2026 nam de minister alsnog een besluit op deze aanvraag. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister door het niet tijdig beslissen geheel of gedeeltelijk aan verzoeker tegemoet was gekomen, zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Daarom was het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond.
De proceskosten werden vastgesteld op €467,-, gebaseerd op een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag.