ECLI:NL:RBDHA:2026:2406

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696442 / JE RK 25-2158
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging door ouderconflict

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die in 2018 is geboren. De minderjarige woont bij haar vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De ouders zijn uit elkaar en hebben moeite hun partner- en ouderrol te scheiden, wat de ontwikkeling van de minderjarige bedreigt.

De onbegeleide omgang met de moeder is stopgezet na een incident waarbij de moeder onder invloed was. Momenteel is er begeleide omgang van twee uur per week. De moeder volgt individuele begeleiding en haar alcoholgebruik is afgenomen. De minderjarige heeft gesprekken met een kindertherapeut, die signalen van geslotenheid en moeite met het uiten van gevoelens constateert.

De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om toezicht te houden en sturing te geven aan de ouders. Er is nog geen vaste jeugdbeschermer betrokken, maar dit wordt dringend aanbevolen. De verlenging wordt vastgesteld tot 11 april 2026, met aanhouding van het overige verzoek tot een nader te bepalen zitting. De gecertificeerde instelling wordt verzocht een schriftelijke update te geven over de voortgang van de hulpverlening en omgang.

De vader stemt in met verlenging, maar prefereert een kortere termijn om motivatie bij de moeder te stimuleren. De moeder vindt een jaar te lang en ziet ook liever een kortere periode. De kinderrechter volgt dit advies deels door een verlenging van drie maanden toe te kennen en het overige aan te houden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 11 april 2026 met aanhouding van het overige verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/696442 / JE RK 25-2158
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] via videoverbinding.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 11 januari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] ligt in de relatie tussen de ouders. De vader en de moeder zijn uit elkaar en het lukt hen niet om hun partner- en ouderrol van elkaar te scheiden. De ouders waren gestart met het traject Ouderschap Blijft, maar dit is gestopt omdat gesprekken over het verleden veel emoties opriepen bij beide ouders. Eind januari vindt een evaluatie plaats om te kijken of Ouderschap Blijft hervat kan worden. [de minderjarige] woont bij de vader, waar zij een stabiele thuisomgeving heeft. De onbegeleide omgang met de moeder is stopgezet vanwege een incident afgelopen zomer waarbij de moeder onder invloed was tijdens onbegeleide omgang. Op dit moment hebben de moeder en [de minderjarige] daarom twee uur per week begeleide omgang. De moeder is gestart met individuele begeleiding en het alcoholgebruik is afgenomen. [de minderjarige] heeft om de twee weken een gesprek met de kindertherapeut op school. De laatste tijd merkt de therapeut dat [de minderjarige] gesloten is en moeite heeft haar gevoelens te delen. De ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om toezicht te houden en sturing te geven aan de ouders. De ouders zijn op dit moment onvoldoende in staat zelfstandig afspraken na te komen en hun conflicten buiten het ouderschap te laten. Een jeugdbeschermer kan zicht houden op de voortgang van de hulpverlening en ingrijpen wanneer er signalen zijn van onveiligheid. Het gezin blijft kwetsbaar en het risico op terugval bij de moeder is groot. Ook is het belangrijk de ontwikkeling van [de minderjarige] te volgen, zeker nu zij ouder wordt en meer vragen stelt over haar situatie.

4.De standpunten

4.1.
De vader stemt in met het verzoek om de ondertoezichtstelling te verlengen, om zicht te houden op de omgang met de moeder tot het stabiel gaat. De vader heeft de voorkeur voor een kortere toewijzing, van drie of zes maanden, om de moeder motivatie te geven.
4.2.
De moeder vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar te lang. Zij ziet, net als de vader, liever dat de ondertoezichtstelling voor een kortere periode wordt verlengd.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Hoewel de vader een stabiele opvoedomgeving biedt aan [de minderjarige] , blijft de relatie tussen de vader en de moeder een zorg. De ouders hebben moeite hun ouderrelatie los te zien van hun partnerrelatie, wat verwarrend kan zijn voor [de minderjarige] . De ouders hebben aangegeven dat het hen kan helpen om afspraken op papier te zetten. Het zou daarom goed zijn als tijdens de evaluatie eind januari blijkt dat het traject Ouderschap Blijft hervat kan worden. Daarnaast blijft het alcoholgebruik van de moeder en de invloed hiervan op [de minderjarige] een zorg. Hierdoor is de omgang met [de minderjarige] een aantal keer niet doorgegaan of vroegtijdig stopgezet, waardoor [de minderjarige] geen stabiliteit ervaart in het contact met de moeder. De vader heeft moeite om de moeder te vertrouwen als [de minderjarige] bij haar is. Dat vertrouwen zal moeten groeien. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder zich momenteel sterk voelt en inmiddels is gestart met gesprekken bij een psycholoog om de onderliggende problematiek aan het alcoholgebruik aan te pakken. Er lijkt hier bij de moeder een kantelpunt te zijn ontstaan. Dit is nog een prille ontwikkeling. Daarom is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer nog steeds noodzakelijk, omdat de ouders nog niet in staat zijn om de ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] weg te nemen. Op dit moment is er geen vaste jeugdbeschermer bij de ouders en [de minderjarige] betrokken. De kinderrechter vindt het belangrijk dat er op korte termijn een vaste jeugdbeschermer betrokken raakt om toezicht te houden en de vooruitgang te monitoren. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling te verlengen tot 11 april 2026 en het verzoek voor het overige aan te houden. De komende periode kan de moeder verder met haar behandeling en laten zien dat de begeleide omgang met [de minderjarige] goed gaat. Ook zal de komende periode duidelijk worden of Ouderschap Blijft kan worden hervat.
5.3.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk
één weekvóór de nader te bepalen zitting een schriftelijke update te verstrekken aan de rechtbank en de overige belanghebbenden. De kinderrechter verzoekt in de schriftelijke update de recente ontwikkelingen en de verslagen van de begeleide omgang op te nemen.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 11 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen voor 11 april 2026, bij voorkeur bij mr. N.B. Haverhoek tegen welke zitting de Raad, de gecertificeerde instelling, de vader en de moeder dienen te worden opgeroepen;
6.4.
verzoekt de gecertificeerde instelling uiterlijk
één weekvoorafgaand aan de nader te bepalen zitting een schriftelijke update te verstrekken, zoals beschreven in 5.3., aan de rechtbank en de overige belanghebbenden.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Plug als griffier, en op schrift gesteld op 14 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.