ECLI:NL:RBDHA:2026:2403

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696128 / JE RK 25-2129
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2 Besluit gezagsregistersArtikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervanging gecertificeerde instelling voor ondertoezichtstelling minderjarige

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 6 januari 2026 een beschikking gegeven over de vervanging van de gecertificeerde instelling die belast is met de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018. De minderjarige verblijft sinds 2018 in een pleeggezin in Overijssel, buiten het werkgebied van de huidige gecertificeerde instelling, Stichting Jeugdbescherming West.

De huidige gecertificeerde instelling kon daardoor de minderjarige niet regelmatig zien en spreken, waardoor de hulpverlening niet effectief van de grond kwam. De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de minderjarige is dat de hulpverlening wordt uitgevoerd door een gecertificeerde instelling die lokaal bekend is en de sociale kaart kent, zodat passende hulpverlening kan worden ingezet en gecoördineerd.

De kinderrechter vervangt daarom Stichting Jeugdbescherming West door Stichting Jeugdbescherming Overijssel. Deze instelling kan een jeugdbeschermer uit de regio inzetten, wat de continuïteit en kwaliteit van de hulpverlening ten goede komt. De kinderrechter verwacht een warme overdracht waarbij alle betrokkenen, waaronder de moeder, pleegmoeder en omgangsbegeleider, worden betrokken.

De beslissing is openbaar uitgesproken en wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Tegen deze eindbeslissing staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De kinderrechter vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West door Stichting Jeugdbescherming Overijssel voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/696128 / JE RK 25-2129
Datum uitspraak: 6 januari 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming Overijssel,
hierna te noemen: Stichting Jeugdbescherming Overijssel

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de pleegmoeder via een online verbinding;
  • [naam 1] , namens de gecertificeerde instelling.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door [naam 2] .
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
[minderjarige] verblijft de pleegmoeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juli 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 juli 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 20 juli 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de kinderrechter om de gecertificeerde instelling, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt

4.1.
De pleegmoeder stemt in met het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat de gecertificeerde instelling, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] woont sinds 2018 in een perspectief biedend pleeggezin in Overijssel, buiten het werkgebied van de gecertificeerde instelling. Daardoor is het voor de gecertificeerde instelling de afgelopen jaren niet mogelijk geweest om [minderjarige] op regelmatige basis te zien en te spreken. Hulpverlening is niet van de grond gekomen. Voor een goede uitvoering van de ondertoezichtstelling is het naar het oordeel van de kinderrechter van belang dat de hulpverlening door een jeugdbeschermer uit de regio kan worden ingezet en gecoördineerd. Jeugdbescherming Overijssel kent de sociale kaart in Overijssel en is daarom beter in staat passende hulpverlening in te zetten voor [minderjarige] . Ook krijgt [minderjarige] hierdoor een jeugdbeschermer in zijn eigen regio waar hij een band mee kan opbouwen. De kinderrechter verwacht dat de huidige gecertificeerde instelling zorg zal dragen voor een warme overdracht, zoals op de zitting ook is toegezegd. Daarbij zullen de moeder, de pleegmoeder, de jeugdbeschermer van Jeugdbescherming West, de toekomstige jeugdbeschermer van Jeugdbescherming Overijssel en de omgangsbegeleider moeten worden betrokken.
5.3.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [1]

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
vervangt de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming West door de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Overijssel.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.C. Eikelenboom als griffier, en op schrift gesteld op 14 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [2]

Voetnoten

1.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.
2.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).