ECLI:NL:RBDHA:2026:2326

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/696824 / FA RK 25-9872
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging voortzetting inbewaringstelling cliënt met vergevorderde dementie

De rechtbank Den Haag behandelde op 2 januari 2026 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging voortzetting inbewaringstelling van een cliënt met vergevorderde dementie, opgenomen in een specialistisch geriatrisch behandelcentrum. Cliënt verzet zich tegen de voortzetting en wenst terug naar huis bij zijn echtgenote.

De medische verklaring en getuigenissen van zorgverleners tonen aan dat cliënt een ernstige psychogeriatrische aandoening heeft, namelijk de ziekte van Alzheimer, met snel achteruitgaand functioneren en toegenomen agressie. De thuissituatie werd onhoudbaar door fysieke agressie jegens zijn echtgenote, wat leidde tot opname en inbewaringstelling.

De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade, en dat minder ingrijpende alternatieven ontbreken. De gespecialiseerde zorg in de accommodatie leidt tot rustiger gedrag van cliënt. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken verleend.

De beschikking is gegeven door rechter J.C. van den Dries en griffier K. Houdijk en is op 13 januari 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/696824 / FA RK 25-9872
Datum beschikking: 2 januari 2026

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikkingnaar aanleiding van het op 29 december 2025 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt] ,
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende in specialistisch geriatrisch behandelcentrum [behandelcentrum] van Stichting Zorgbalans in [plaats] ,
advocaat: mr. E.T. Vreugdenhil te Haarlem.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 december 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Haarlem van 27 december 2025;
- de op 27 december 2025 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, psychiater [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 2 januari 2026.
Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;
- locatieverpleegkundige [naam 2] ;
- specialist ouderengeneeskunde [naam 3] .

Standpunten ter zitting

Cliënt vraagt de rechtbank het verzoek af te wijzen. Hij wil heel graag terug naar huis en naar zijn echtgenote, van wie hij houdt en die heel goed voor hem zorgt. Hij herinnert zich niets van problemen of agressie in de thuissituatie.
De locatieverpleegkundige en specialist ouderengeneeskunde geven aan dat cliënt de structuur en aansturing van de accommodatie nodig heeft. Zij zien geen minder ingrijpende alternatieven voor een opname en verblijf in de accommodatie.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer, dit ernstig nadeel veroorzaakt.
Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken volgt het volgende. Cliënt heeft een inmiddels vergevorderde vorm van dementie. Hij is het afgelopen jaar snel achteruit gegaan in functioneren en afhankelijk geworden van de zorg van zijn echtgenote. De overzichts- en geheugenproblemen in combinatie met de toegenomen agressie van cliënt jegens zijn echtgenote, maakte de thuissituatie uiteindelijk onhoudbaar. Cliënt verviel recent in ernstige fysieke agressie jegens zijn echtgenote, waarna hij met een inbewaringstelling is opgenomen.
Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is
voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden. De agressie en onrust die cliënt in de thuissituatie liet zien wordt in de accommodatie niet meer waargenomen. Door de gespecialiseerde benadering van het zorgpersoneel is cliënt nu rustig en vriendelijk aanwezig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Er is maximaal ingezet op ambulante zorg. Maar cliënt en zijn echtgenote hielden thuiszorg af en de inzet van psychofarmaca sorteerde in de thuissituatie weinig effect.
Gebleken is dat cliënt zich op consistente wijze verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van:
[cliënt] ,
geboren op [geboortedatum] 1946 te [geboorteplaats] ,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 februari 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 januari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.