ECLI:NL:RBDHA:2026:2266

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/677271 / FA RK 24-8957
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgangsregeling moeder met minderjarige kinderen, wel informatie- en consultatieregeling vastgesteld

De moeder verzoekt de rechtbank om een omgangsregeling met haar twee minderjarige kinderen vast te stellen, waarbij de kinderen uiteindelijk een weekend per veertien dagen bij haar verblijven en de helft van de vakanties en feestdagen. Tevens verzoekt zij een informatie- en consultatieregeling waarbij de vader haar regelmatig informeert over de ontwikkeling van de kinderen.

De vader voert verweer en stelt dat de kinderen sinds 2013 bij hem wonen vanwege onveilige omstandigheden bij de moeder, waaronder alcoholgebruik. Het contact tussen moeder en kinderen is in het verleden begeleid geweest en uiteindelijk gestopt. De kinderen zijn kwetsbaar door het turbulente verleden en hun puberleeftijd, en de vader vreest dat fysiek contact de stabiliteit zou verstoren.

De rechtbank constateert dat de moeder positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, maar dat het belaste verleden en de onzekerheid van de kinderen over fysiek contact zwaar wegen. De rechtbank acht het niet in het belang van de kinderen om nu een omgangsregeling vast te stellen of een raadsonderzoek te gelasten. Wel wordt het telefonisch contact aanbevolen en wordt een informatie- en consultatieregeling vastgesteld waarbij de vader de moeder eens per kwartaal informeert over de kinderen, inclusief een recente kleurenfoto.

De beslissing wordt aan de kinderen toegelicht in een brief waarin wordt benadrukt dat het huidige contact blijft voortbestaan en dat zij zelf kunnen aangeven wanneer zij fysiek contact met de moeder wensen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot omgang wordt afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot omgangsregeling afgewezen, informatie- en consultatieregeling vastgesteld waarbij vader moeder per kwartaal informeert.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8957
Zaaknummer: C/09/677271
Datum beschikking: 7 januari 2026

Omgang en informatie- en consultatieregeling

Beschikking op het op 12 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.M.E. Rietjens te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de moeder.
Op 10 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Feiten

- De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad, welke in 2011 is beëindigd.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] ( [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] .
- De vader heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.
- Bij beschikking van 30 juli 2014 van deze rechtbank is de vader belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt de rechtbank – voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad – te bepalen dat tussen de moeder en de kinderen toegewerkt zal worden naar een omgangsregeling, waarbij de kinderen uiteindelijk een weekend per veertien dagen bij de moeder verblijven alsmede de helft van de vakanties en feestdagen. Tevens verzoekt de moeder te bepalen dat de vader haar één keer per maand schriftelijk dient te informeren over de ontwikkeling van de kinderen en – indien deze omstandigheden zich voordoen – de moeder ook tussentijds op de hoogte dient te stellen van gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de kinderen, voorts dat de vader de moeder zal dienen te raadplegen (al dan niet door tussenkomst van derden) over de gewichtige aangelegenheden die zich ten aanzien van de kinderen voordoen. Concreet verzoekt de moeder de rechtbank te bepalen dat de vader haar dient te informeren over:
  • alle medische kwesties m.b.t. de kinderen;
  • schoolrapporten, gesprekken op school over de kinderen;
  • hobby’s en sporten;
  • vakanties;
  • vriendjes en vriendinnetjes.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Omgang
Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder aan dat zij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] al ruim tien jaar niet heeft gezien omdat het met de moeder erg slecht ging. Het afgelopen jaar heeft de moeder hard aan zichzelf gewerkt, waardoor zij haar leven nu goed op de rit heeft. Daarom wenst de moeder nu het contact met de kinderen te herstellen. Volgens de moeder is er op dit moment al sprake van telefonisch contact, maar de moeder wenst dit uit te breiden met fysieke contactmomenten. De kinderen hebben recht op contact met de moeder en de ouders hebben de verplichting dit mogelijk te maken en zich daarvoor in te zetten, aldus de moeder. De moeder begrijpt dat het contact rustig opgebouwd moet worden en dat het tempo van de kinderen daarbij leidend moet zijn. De moeder is bereid alle hulpverlening en/of begeleide omgang in dat verband te accepteren.
Op de zitting is het verzoek van de moeder besproken en heeft de vader daartegen mondeling verweer gevoerd. De vader stelt dat de kinderen vanaf 2013 bij hem zijn komen wonen omdat het toen erg slecht ging met de moeder en de kinderen bij de moeder niet veilig waren, mede vanwege het alcoholgebruik van de moeder. De Raad en een jeugdzorg-instantie zijn in die periode betrokken geweest bij het gezin. De vader geeft aan dat er in 2013 eerst onbegeleid contact was tussen de moeder en de kinderen, maar dat dit contact later enkel begeleid mocht plaatsvinden van de jeugdzorg-instantie. Op enig moment is het begeleide contact gestopt. De vader geeft aan dat de kinderen kwetsbaar zijn vanwege het turbulente verleden en de gedragsproblematiek die dat verleden heeft veroorzaakt, alsook door de puberleeftijd die zij nu hebben, en dat zij gebaat zijn bij stabiliteit, hetgeen de vader hen nu biedt. De vader vreest dat het (opbouwen van) fysiek contact met de moeder deze stabiliteit zou verstoren en dat het nadelige gevolgen zou hebben voor (de ontwikkeling van) de kinderen, ook omdat de vader betwijfelt hoe stabiel de positieve ontwikkelingen zijn die de moeder heeft doorgemaakt. Naar de rechtbank begrijpt wenst de vader dat er onderzoek wordt gedaan door de Raad voordat er fysieke omgang is tussen de kinderen en de moeder.
Op basis van de stukken en hetgeen is besproken op de zitting constateert de rechtbank – net als de Raad – dat er sprake is van een moeilijke situatie. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de moeder in de afgelopen periode positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en dat het beter met haar gaat dan enkele jaren geleden. Hoewel de omstandigheden waarin de moeder zich bevindt zijn verbeterd, is de rechtbank onvoldoende gebleken welke gevolgen dit zal hebben voor de relatie tussen de moeder en de kinderen. De positieve ontwikkelingen in het leven van de moeder nemen immers niet weg dat er sprake is van een belast verleden tussen de kinderen en de moeder, met alle gevolgen van dien. De rechtbank heeft naar aanleiding van het gesprek met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de indruk dat de kinderen veel moeite hebben met het idee dat zij fysieke omgang met de moeder zouden moeten hebben en daarover erg onzeker zijn, ondanks het telefonische contact met de moeder. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat onderzoek naar de situatie en de mogelijkheden voor omgang bij de kinderen mogelijk te belastend zal zijn voor de kinderen en dat de vraag rijst of een onderzoek, ook gelet op de leeftijd en het belaste verleden van de kinderen, op dit moment in hun belang is. De rechtbank gunt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] prettig en onbelast contact met de moeder, maar ziet op dit moment onvoldoende ruimte voor fysieke omgang bij de kinderen en acht het – mede met het oog op het belaste verleden, de leeftijd en kwetsbaarheid c.q. belastbaarheid van de kinderen – in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat de huidige stabiliteit in de opvoedsituatie niet wordt verstoord.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het op dit moment te vroeg is om een omgangsregeling vast te stellen tussen de kinderen en de moeder en dat het nu ook niet in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is om een raadsonderzoek te gelasten. De rechtbank zal de daarop gerichte verzoeken dan ook afwijzen.
De rechtbank merkt nog het volgende op. De Raad heeft op de zitting aangegeven dat het goed zou zijn dat de moeder voorlopig het telefonisch contact met de kinderen voortzet, zodat er wel contact blijft tussen de moeder en de kinderen. Op die manier blijft er een laagdrempelige mogelijkheid voor de kinderen om, op het moment dat zij daar klaar voor zijn, aan te geven of en, zo ja, wanneer zij de moeder weer fysiek zouden willen ontmoeten. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader het telefonische contact zal (blijven) faciliteren.
Informatie- en consultatieregeling
Op de zitting is met de ouders gesproken over het verzoek van de moeder om een informatie- en consultatieregeling vast te stellen en zijn de ouders het eens geworden over de invulling van de informatieregeling. De ouders zijn overeengekomen dat de vader de moeder eens per kwartaal zal informeren over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat de vader daarbij een goed gelijkende kleurenfoto van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal meesturen. De rechtbank zal in plaats van toewijzing van het verzoek van de moeder dienovereenkomstig beslissen, ook omdat het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich niet tegen een dergelijke informatieregeling verzet. Daarbij wijst de rechtbank erop dat het de vader uiteraard vrij staat om de moeder vaker te informeren.
Brief aan de kinderen
De rechtbank zal de genomen beslissingen als volgt aan de kinderen uitleggen in een brief die gelijktijdig met deze beschikking wordt verzonden:
“Beste [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,
Op 8 december 2025 heb ik met jullie gesproken over het verzoek van jullie moeder om een omgangsregeling vast te stellen. Ik vond het fijn dat jullie er waren en met mij hebben gedeeld wat jullie daarvan vinden.
Ondertussen heb ik ook met jullie ouders gesproken over het verzoek van jullie moeder. Jullie moeder heeft uitgelegd dat het een stuk beter met haar gaat en dat zij haar leven weer op orde heeft. Zij zou jullie graag weer willen zien en meer over jullie willen weten. Jullie vader heeft verteld dat hij voorzichtig wil zijn met het contact tussen jullie en jullie moeder.
Ik heb besloten dat er nu geen omgangsregeling komt maar dat jullie vader wel af en toe aan jullie moeder zal laten weten hoe het met jullie gaat. Dat betekent dat er eigenlijk niets verandert voor jullie. Ik denk wel dat het goed is dat jullie telefonisch contact met jullie moeder blijven houden, zoals dat nu ook gaat. Als een van jullie of jullie allebei wel graag jullie moeder zou(den) willen zien, dan kunnen jullie dat altijd afspreken met jullie moeder of daarover een brief sturen naar de kinderrechter. Voor een brief aan de kinderechter kunnen jullie ook terecht bij de kinderrechtswinkel (https://gratisrechtshulp.nl/Thema-s/Brief-aan-de-kinderrechter/).
Ik wens jullie het allerbeste, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
Hartelijke groeten,
De kinderrechter”

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de vader de moeder eens per kwartaal zal informeren over de ontwikkeling en het welzijn van de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats] ;
en dat de vader daarbij een goed gelijkende kleurenfoto van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal meesturen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 7 januari 2026.