ECLI:NL:RBDHA:2026:2252

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/677805 / FA RK 24-9231
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:207 BWArt. 1:212 BWArt. 1:377a BWArt. 1:392 BWArt. 1:394 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtelijke vaststelling ouderschap, omgangsregeling en kinderalimentatie in afwachting DNA-onderzoek

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over haar minderjarige kind, het vaststellen van een omgangsregeling en kinderalimentatie. De man is juridisch vader van één kind en wordt vermoedelijk de verwekker van het tweede kind, maar dit is nog niet vastgesteld. De rechtbank gelastte daarom een DNA-onderzoek om het vaderschap te bewijzen.

De omgangsregeling werd voorlopig vastgesteld: de kinderen verblijven wekelijks op woensdag en om het weekend bij de man, met een verdeling van vakanties en feestdagen. De man was niet verschenen op de zitting en voerde geen verweer. De moeder vroeg een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van €589 per maand voor beide kinderen.

De rechtbank stelde de kinderalimentatie voor het erkende kind vast op €294 per maand met ingang van 19 augustus 2024. Voor het tweede kind werd de alimentatie aangehouden in afwachting van het DNA-onderzoek. De kosten van het DNA-onderzoek worden voorlopig ten laste van de staat gebracht, maar uiteindelijk naar redelijkheid verdeeld afhankelijk van de uitkomst. De procedure wordt aangehouden tot de uitkomst van het DNA-onderzoek en verdere verweren.

Uitkomst: De rechtbank stelt voorlopige omgangsregeling en kinderalimentatie vast en gelast DNA-onderzoek voor vaderschapsvaststelling.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-9231
Zaaknummer: C/09/677805
Datum beschikking: 8 januari 2026
Gerechtelijke vaststelling ouderschap, omgangsregeling, kinderalimentatie
Beschikkingop het op 9 december 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. M.C.G. Voogt te Breda.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vader],
de man/de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
[de minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ,
de minderjarige,
in rechte vertegenwoordigd door mr. M.J.E. Gilsing, advocaat te Alphen aan den Rijn,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift van de bijzondere curator, met bijlagen;
- het F9-bericht van de moeder van [geboortedatum 3] 2025;
- het F9-bericht van de moeder van 21 november 2025, met bijlagen.
Op 4 december 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de bijzondere curator;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De man is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.
Verzoek
Het verzoekschrift van de moeder strekt tot:
  • gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de man over voornoemde minderjarig, al dan niet na het gelasten van een DNA-onderzoek en/of de benoeming van een bijzondere curator die de belangen van [de minderjarige 1] kan behartigen;
  • vaststelling van een omgangsregeling tussen de man en de kinderen, inhoudende dat zij bij de man verblijven:
­ iedere woensdag, waarbij de man de kinderen uit school haalt en om 19.00 uur (na het avondeten) weer naar de moeder terugbrengt;
­ eenmaal per twee weken van zaterdag 12.00 uur, waarbij de man de kinderen ophaalt en op zondag om 17.00 uur weer terugbrengt naar de moeder;
een en ander op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag dat de man nalaat uitvoering te geven aan de omgangsregeling, met een maximum van € 25.000,-, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom;
- vaststelling van een verdeling van de vakanties, in die zin dat:
­ de kinderen in de zomervakantie minimaal één week aansluiten bij de man verblijven;
­ de kinderen in de overige schoolvakanties minimaal één dag bij de man verblijven;
­ de feestdagen bij helfte worden verdeeld;
- vaststelling van een door de man aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen met een bedrag van € 589,- per maand (€ 294,- per maand per kind), met ingang van 19 augustus 2024, dan wel een door de rechtbank te bepalen bedrag en ingangsdatum;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De bijzondere curator heeft ingestemd met het verzoek van de moeder ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van:
­ [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 1] ;
- Blijkens de aantekening in het gezagsregister van 16 oktober 2021 zijn partijen gezamenlijk belast met het gezag over [de minderjarige 2] ;
- Uit de moeder is ook geboren:
­ [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 1] is niet erkend. De moeder heeft van rechtswege het gezag over [de minderjarige 1] .
- De kinderen verblijven bij de moeder.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 januari 2025 is mr. M.J.E. Gilsing voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.
Beoordeling
I.
Vaststelling ouderschap en gelasten DNA-onderzoek
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:207 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of het kind zelf. Omdat de moeder haar verzoek binnen vijf jaren na de geboorte van het kind heeft ingediend, is zij op grond van artikel 1:207 derde Pro lid BW ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft gesteld dat zij er in het geheel niet aan twijfelt dat de man de verwekker is van [de minderjarige 1] . Partijen hadden ten tijde van haar verwekking een exclusieve relatie. Zij heeft na het eindigen van de relatie de man steeds geprobeerd om hem te bewegen tot erkenning van [de minderjarige 1] , maar dat is niet gelukt.
Hoewel de bijzondere curator zich heeft ingespannen om een afspraak te maken om met de man het verzoek van de moeder te bespreken, is de man niet op komen dagen. Zij heeft hem daardoor niet kunnen bevragen over zijn verwekkerschap. In het (telefonisch) contact dat de bijzondere curator met de man heeft gehad, heeft hij het verwekkerschap niet ontkend. Anders dan door de bijzondere curator is geconcludeerd, acht de rechtbank dit onvoldoende om een verstrekkende beslissing als het vaststellen van het vaderschap op te baseren. De man komt weliswaar regelmatig bij de moeder langs om contact te hebben met [de minderjarige 1] (en [de minderjarige 2] ) en hij heeft jegens de bijzondere curator niet gezegd dat hij
nietde verwekker is, maar het uitsluitend niet weerspreken van het verzoek is onvoldoende om het vaderschap vast te stellen.
De rechtbank zal daarom een DNA-onderzoek gelasten, omdat dit voor het bewijs van het eventuele verwekkerschap het meest geschikte middel is. De rechtbank zal aan de man en de moeder de opdracht geven om mee te werken aan een DNA-onderzoek via Verilabs. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij bereid is om hieraan mee te werken. De rechtbank gaat ervan uit dat ook de man aan het onderzoek zal meewerken. Daarbij geeft de rechtbank aan de man mee dat indien hij dit niet doet, de rechtbank hieruit de gevolgtrekking zal maken die zij geraden acht. Dat betekent dat de rechtbank in dat geval zijn vaderschap zal vaststellen, zonder dat het biologisch verwantschap is vast komen te staan. Nu de moeder en de man zich niet hebben uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige, gaat de rechtbank ervan uit dat zij stilzwijgend hebben verzocht om zoals gebruikelijk na te melden deskundige te benoemen.
Omdat de moeder degene is op wie de bewijslast rust, behoren de kosten van het onderzoek voorshands door haar te worden gedragen. Nu haar echter een toevoeging is verleend, zal haar ter zake van het deskundigenonderzoek geen voorschot worden opgelegd. Indien uit het DNA-onderzoek volgt dat de man inderdaad de verwekker van [de minderjarige 1] is, acht de rechtbank het in dit geval passend dat de kosten van het DNA-onderzoek uiteindelijk voor zijn rekening zullen komen. Het zich afzijdig houden in de procedure door de man, mag naar oordeel van de rechtbank niet voor rekening van de vrouw komen. Indien blijkt dat de man niet de verwekker van [de minderjarige 1] is, zullen de kosten voor rekening van de vrouw komen.
Uit het rapport van DNA-onderzoek moet in ieder geval ook blijken dat de identiteit van diegenen van wie voor onderzoek een monster is afgenomen, zorgvuldig is vastgesteld. Het rapport moet daarnaast zijn gedagtekend en ondertekend door een met name genoemd persoon met een daartoe relevante studie die de conclusie van het DNA-onderzoek voor zijn rekening neemt. Gelet op het feit dat de man tot nu toe in de procedure op geen enkele manier heeft meegewerkt, zal de rechtbank vaststellen dat hij eerst een afspraak moet maken bij Verilabs en pas daarna de vrouw, om te voorkomen dat de vrouw en [de minderjarige 1] tevergeefs meewerken en daarmee kosten maken. De rechtbank zal de behandeling van het verzoek pro forma aanhouden in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Omgangsregeling
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:377a BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en degenen die in een nauwe, persoonlijke betrekking met hem staan. Voor [de minderjarige 2] geldt dat de man zijn juridisch ouder is, zodat de rechtbank voor hem in ieder geval een zorgregeling kan vaststellen. Ten aanzien van [de minderjarige 1] is dat niet het geval. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of de man in een nauwe, persoonlijke betrekking tot haar staat. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, volgt dat de man regelmatig (ongeveer drie keer per week een paar uur) bij de moeder langskomt om [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] te zien. Naar [de minderjarige 1] weet is de man ook haar ‘papa’. De rechtbank weegt tot slot ook mee dat zij het in het belang van [de minderjarige 1] vindt om het contact tussen de man en haar te laten voortduren, in ieder geval zolang niet is komen vast te staan dat de man niet haar vader is. Naar oordeel van de rechtbank is daarmee sprake van een nauwe, persoonlijke band en is de moeder ontvankelijk in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
Hoewel de man op dit moment regelmatig contact heeft met de kinderen, wil de moeder graag dat hier meer structuur in komt. De man komt nu langs wanneer het hem uitkomt, zonder rekening te houden met de agenda van de moeder en het ritme van de kinderen. [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] geven daarbij zelf aan dat zij graag bij de man zouden willen slapen. De moeder verzoekt daarom een omgangsregeling, waarbij de kinderen elke woensdag en om het weekend van zaterdag op zondag bij de man verblijven. Zij heeft daarnaast een verdeling van de vakanties verzocht. Nu door de man geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank de verzochte regeling als
tijdelijkeomgangsregeling vastleggen, totdat er meer duidelijkheid bestaat over het verwekkerschap van de man ten aanzien van [de minderjarige 1] . De rechtbank vindt de verzochte omgangsregeling en verdeling van de vakanties ook in het belang van de kinderen. In de tussentijd kan dan eveneens worden bekeken in hoeverre de man zich houdt aan de vaste afspraken.
Kinderalimentatie
Door de moeder is tot slot verzocht om de vaststelling van een door de man te betalen bijdrage aan kinderalimentatie. Uit artikel 1:392 BW Pro, in samenhang met artikel 1:394 BW Pro volgt dat naast een (juridisch) ouder, ook de verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, verplicht is om te voorzien in de kosten van de verzorging en opvoeding van het kind.
De man is als juridisch vader onderhoudsplichtig jegens [de minderjarige 2] . Dat betekent dat de man gehouden is om bij te dragen is zijn kosten. De moeder heeft verzocht om een kinderbijdrage van € 589,- per maand, aldus € 294,- per maand per kind. Aan de man is een termijn gegeven om verweer te voeren, maar de man heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank zal daarom ten aanzien van [de minderjarige 2] de door de vrouw verzochte bijdrage van € 294,- per maand vaststellen met ingang van 19 augustus 2024.
Ten aanzien van [de minderjarige 1] is dit anders. De man is op dit moment niet de juridische ouder van [de minderjarige 1] en evenmin staat vast dat hij de verwekker is. Daarvoor zal de uitkomst van het DNA-onderzoek moeten worden afgewacht. Dat betekent dat de rechtbank ten aanzien van [de minderjarige 1] op dit moment geen kinderalimentatie kan worden vastgesteld. Als blijkt dat de man de verwekker is, is hij ook onderhoudsplichtig jegens [de minderjarige 1] . De rechtbank zal het verzoek tot kinderalimentatie ten aanzien van [de minderjarige 1] daarom aanhouden.
Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de man de verwekker van [de minderjarige 1] is, dan zal aan hem een gebruikelijke verweertermijn van vier weken worden gegeven (aansluitend op nagenoemde pro forma-datum) om op het alimentatieverzoek van de moeder te reageren en het verschaffen van inzicht in zijn financiële gegevens. Indien de man een verweerschrift bij de rechtbank wil indienen, is tussenkomst van een advocaat vereist.
De rechtbank merkt daarbij op dat, indien de man de verwekker van [de minderjarige 1] blijkt te zijn, zij niet uitsluit dat zij bij de vaststelling van de door de man aan de moeder verschuldigde kinderalimentatie ook in dat geval zal uitgaan van een ingangsdatum van 19 augustus 2024, zoals door de moeder is verzocht.
Proceskosten
Omdat de rechtbank de definitieve beslissingen aanhoudt, zal zij ook het verzoek ten aanzien van de proceskosten aanhouden.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2020 te [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
voorlopigbij de man zullen zijn:
  • iedere woensdag, waarbij de man de kinderen uit school haalt en om 19.00 uur (na het avondeten) weer bij de moeder terugbrengt;
  • eenmaal per veertien dagen van zaterdag 12.00 uur tot zondag 17.00 uur, waarbij de man de kinderen bij de moeder ophaalt en ook weer terugbrengt;
  • in de zomervakantie minimaal één week aansluitend, in overleg met de moeder te bepalen;
  • in de overige schoolvakanties minimaal één dag, in overleg met de moeder te bepalen;
  • gedurende de helft van de feestdagen, in overleg met de moeder te bepalen;
bepaalt dat de man aan de moeder met ingang 29 augustus 2024 een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 2] van € 294,- per maand betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en houdt behandeling van het verzoek inzake kinderalimentatie voor [de minderjarige 1] aan pro forma;
beveelt een onderzoek door een deskundige van het DNA van:
1. de man: [de vader] , geboren op [geboortedatum 3] 1983 te [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;
2. de vrouw: [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1986 te [geboorteplaats 3] ; en
3. de minderjarige: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
en legt aan deze deskundige de vraag voor welke conclusie er aan de hand van zijn bevindingen moet worden getrokken ten aanzien van het eventuele verwekkerschap van de man;
benoemt tot deskundige die het onderzoek zal verrichten en de bovenstaande vraag zal beantwoorden: een deskundige verbonden aan Verilabs Nederland B.V., Noothoven van Goorstraat 11D, 2806 RA Gouda (telefoonnummer 085-105 1415);
beveelt dat de man binnen
twee weken na de datum van deze beschikkingtelefonisch een afspraak moet maken met Verilabs, waarna hij aan de vrouw een schriftelijke bevestiging stuurt van deze afspraak;
beveelt dat de vrouw met [de minderjarige 1]
binnen één week nadat de man een afspraak heeft gemaakt, ook telefonisch een afspraak zal maken met Verilabs;
bepaalt dat hangende de procedure het ten laste van ’s-Rijks kas betaalde deel van de kosten van het onderzoek voorlopig aan de vrouw in debet zal worden gesteld;
bepaalt dat de benoemde deskundige een schriftelijk, gemotiveerd en ondertekend bericht omtrent zijn onderzoek uiterlijk op
8 april 2026, vergezeld van zijn declaratie zal zenden naar de griffie van deze rechtbank, team Familie, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag;
bepaalt dat de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zendt;
houdt aan iedere verdere beslissing ten aanzien van
de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap, zorg-/omgangsregeling , de kinderalimentatie ten aanzien van [de minderjarige 1] , de kosten van het DNA-onderzoek en de proceskosten pro forma aan tot 15 april 2026.
bepaalt dat de man uiterlijk vier weken na bekend worden met het resultaat van het DNA-onderzoek de gelegenheid heeft om verweer te voeren ten aanzien van de vaststelling van het vaderschap en de kinderalimentatie;
bepaalt dat de moeder uiterlijk twee weken daarna voor zover daarop wordt prijs gesteld, zal reageren op het verweer van de man;
bepaalt dat indien een der partijen aan het hierbij bepaalde geheel of gedeeltelijk niet voldoet, de zaak met toepassing van artikel 22 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 januari 2026.