Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2235

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/589745 / FA RK 20-1401
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling voor minderjarige met ontwikkelingsachterstand

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader tot het vaststellen van gezamenlijk gezag en een omgangsregeling over zijn dochter, een negenjarige met een ontwikkelingsachterstand die functioneert op het niveau van een vierjarige. De moeder heeft het gezag en de zorg, en de Raad voor de Kinderbescherming bracht een negatief advies uit vanwege de problematiek rondom de vader en de zorgbehoefte van het kind.

De Raad constateerde dat de vader weinig zelfreflectie toont, afspraken niet nakomt en mogelijk een alcoholprobleem heeft, wat door hem wordt ontkend. De moeder is angstig en wantrouwend jegens de vader. De minderjarige kan niet praten en heeft behoefte aan een vaste structuur, waardoor contact met de vader veel begeleiding vereist. De ouders communiceren niet en de laatste ontmoeting tussen vader en kind was in 2019.

De rechtbank overweegt dat het belang van het kind voorop staat en dat gezamenlijk gezag spanningen zou veroorzaken. De vader heeft onvoldoende initiatief getoond om zich te verdiepen in de problematiek van het kind en de omgangsbegeleiding is niet van de grond gekomen. De rechtbank acht het voorstel van de vader om informeel contact te zoeken niet haalbaar.

De rechtbank wijst daarom de verzoeken van de vader af en benadrukt dat rust en duidelijkheid voor het kind en de moeder noodzakelijk zijn. De vader wordt geadviseerd de cursus ‘Geef me de 5’ te volgen en zich te informeren over de problematiek van zijn dochter voordat contact kan worden overwogen.

Uitkomst: Verzoek vader tot gezamenlijk gezag en omgangsregeling wordt afgewezen vanwege het belang van het kind en onvoldoende betrokkenheid van de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 20-1401
Zaaknummer: C/09/589745
Datum beschikking: 6 januari 2026

Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling

Beschikking op het op 27 februari 2020 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.J. de Deugd in Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Chylinska in Haarlem.

Procedure

Bij beschikking van 20 maart 2025 van deze rechtbank is een beslissing over het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) c.q. omgangsregeling aangehouden in afwachting van het hulpverleningstraject Omgangsbegeleiding en Ouderschapsbemiddeling.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de brief met bijlagen van 18 november 2025 van de moeder;
  • het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming in ’s-Gravenhage van
28 november 2025, met kenmerk [kenmerk] .
Op 12 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder bijgestaan door haar advocaat, de advocaat van de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader was niet aanwezig op de zitting.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgangsregeling
Bij beschikking van 20 maart 2025 van deze rechtbank zijn de ouders verwezen naar de trajecten Omgangsbegeleiding en Ouderschapsbemiddeling. Deze trajecten zijn om verschillende redenen nooit van de grond gekomen. Tegen deze achtergrond is door de Raad een onderzoek gedaan, waarover op 28 november 2025 een rapport is uitgebracht.
Uit het rapport blijkt dat [de minderjarige] bij de moeder woont en vijf dagen in de week naar dagbesteding gaat op het Kinderdagcentrum [kinderdagcentrum] , een onderdeel van Gemiva. Dit is een plek waarbij kinderen met een ontwikkelingsachterstand terecht kunnen om schoolse vaardigheden te leren zoals puzzelen en het maken van werkjes. Door Gemiva is in maart 2025 het niveau van [de minderjarige] getest. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat [de minderjarige] negen jaar oud is, maar functioneert op het niveau van een kind van vier jaar en drie maanden. [de minderjarige] wordt omschreven als een lief en vrolijk meisje dat het moeilijk vindt als dingen niet lopen via een vaste structuur. Ze legt daarbij ook moeilijk contact met andere mensen. Als dingen niet lopen zoals het volgens haar hoort, gaat [de minderjarige] gillen en huilen. Dit stopt volgens Gemiva pas als de situatie weer is zoals het was. Wat deze situatie nog ingewikkelder maakt, is dat [de minderjarige] niet kan praten. Het opstarten van contact tussen de vader en [de minderjarige] is door haar problematiek lastig, nu [de minderjarige] niet zelf kan aangeven wat zij wil en niet begrijpt wie haar vader is. Dit betekent dat het eventuele contact veel zal vragen van de vader: geduld, consequentheid en veel begeleiding. Tijdens het onderzoek heeft de vader een ambivalente indruk gemaakt op de Raad. Het maken van afspraken met de vader was moeizaam, afspraken zijn meerdere keren vergeten en moesten online plaatsvinden vanwege de reisafstand. Daarnaast toont de vader weinig zelfreflectie en inzicht. Aan de andere kant geeft de vader aan dat hij [de minderjarige] mist en graag wil zien. Een bijkomende zorg van de Raad is dat zowel de moeder als de huisarts aangeven dat de vader veel alcohol drinkt, en de vader dit ontkent. De Raad is van mening dat het niet goed is voor [de minderjarige] om contact te krijgen met de vader als dit niet consistent is en hij later (weer) uit haar leven verdwijnt. De moeder is daarnaast angstig en wantrouwend naar de vader toe. De Raad geeft daarbij aan de moeder wel moet gaan inzien dat zij het verleden moet gaan verwerken met hulpverlening. Zij loopt momenteel bij de praktijkondersteuner.
Gelet op het bovenstaande adviseert de Raad geen wijziging in het gezag over [de minderjarige] aan te brengen omdat dit niet in haar belang is. Gebleken is dat de ouders op geen enkele manier met elkaar communiceren, en daarbij hebben de vader en [de minderjarige] geen contact met elkaar. De laatste keer dat zij elkaar hebben gezien was in 2019. Beide ouders blijven daarnaast vasthouden aan hun eigen visie op gebeurtenissen in het verleden en maken daarbij verwijten naar elkaar. Gezamenlijk gezag zal volgens de Raad zorgen voor spanningen bij de moeder en [de minderjarige] . Nu [de minderjarige] een bovengemiddelde zorgbehoefte heeft, is het belangrijk om op dit punt rust te hebben. Ten aanzien van de omgangsregeling geeft de Raad aan dat er weinig zicht is op de (on)mogelijkheden van de vader aangaande het contact met [de minderjarige] . Het is de ouders de afgelopen jaren niet gelukt om gebruik te maken van het hulpaanbod om toe te werken naar begeleide omgang. De Raad vindt het – zoals reeds benoemd – van groot belang dat de vader uitleg krijgt over de diagnoses van [de minderjarige] en haar bovengemiddelde zorgbehoefte. Het is daarbij nodig dat de vader laat zien dat hij betrouwbaar en consequent is bij het aangaan van hulp voordat er gedacht kan worden aan het eventueel opstarten van begeleide omgang. Volgens de Raad is een vereiste dat de vader psycho-educatie gaat krijgen door het volgen van de cursus ‘Geef me de 5’ met een aanvraag via Team Boris. De Raad adviseert daarom om het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling nogmaals aan te houden.
De moeder kan zich vinden in het advies van de Raad. Het gaat naar omstandigheden goed met [de minderjarige] en ze heeft het naar haar zin bij het Kinderdagcentrum. Ze heeft hier contact met andere kinderen en dat doet haar zichtbaar goed. Verder benadrukt de moeder dat de vader geen idee heeft van de ernst van de problematiek van [de minderjarige] .
Namens de vader is op de zitting aangevoerd dat hij niet begrijpt waarom er nog altijd geen contact kan zijn met [de minderjarige] . Volgens de vader weigert de moeder het contact en probeert zij de vader buitenspel te zetten.
De rechtbank overweegt als volgt. Door Gemiva is afgelopen maart onderzoek gedaan naar [de minderjarige] en daar is uitgekomen dat hoewel zij negen jaar oud is, [de minderjarige] functioneert op het niveau van een vierjarige. [de minderjarige] kan zich niet uitdrukken door middel van taal maar door het maken van geluiden. Op de zitting heeft de moeder dit verder toegelicht, en aangegeven dat [de minderjarige] ook niet zindelijk is. De rechtbank overweegt dat er daarnaast sprake is van problematiek tussen de ouders. Volgens de moeder kenmerkte de relatie van de ouders zich door geweld maar de vader ontkent dit. Daarnaast geeft de moeder aan dat er sprake is van een alcoholprobleem bij de vader, wat hij eveneens ontkent. De rechtbank overweegt in dat licht dat uit de verklaring van de huisarts volgt dat er bij de man twee keer sprake is geweest van een onttrekkingstoestand.
In het rapport heeft de Raad beschreven dat de vader meerdere keren niet aanwezig was op de afspraken of niet bereikbaar was voor de Raad. De rechtbank ziet deze afwezige houding van de vader terug in het niet aanwezig zijn bij deze zitting, net als bij de eerdere zitting van 6 maart 2025. Volgens de advocaat van de vader komt dit doordat het emotioneel te zwaar is voor de vader om aanwezig te zijn. De rechtbank is van oordeel dat dit twijfel doet rijzen over de commitment van de vader. Verder is gebleken dat de moeder al geruime tijd de informatieregeling niet nakomt. Zij heeft toegelicht dat dit komt doordat de vader blijft reageren op de e-mails met dreigende opmerkingen. De rechtbank constateert dat de vader niet om nakoming van de informatieregeling heeft verzocht of hiervoor aandacht heeft gevraagd in de stukken, tijdens het raadsonderzoek of de zitting. Daarnaast toont de vader weinig initiatief om zichzelf te voorzien van informatie over de autisme spectrum stoornis van [de minderjarige] . De vader lijkt hierbij de autisme stoornis van [de minderjarige] te bagatelliseren. Zo ziet hij het als eerste goede stap om samen met de moeder en [de minderjarige] koffie te gaan drinken in een café, terwijl dit volgens de moeder – en uit het raadsonderzoek volgt – dat dit niet zo eenvoudig is door de problematiek van [de minderjarige] . De rechtbank acht dit voorstel dan ook niet haalbaar, gelet op de beladen voorgeschiedenis van de ouders en de ernst van de problematiek van [de minderjarige] . De rechtbank heeft hierbij het idee dat de vader een te simpele voorstelling van de zaken heeft. De advocaat van de moeder heeft daarnaast geprobeerd contact te leggen met de advocaat van de vader omdat de opties tot Omgangsbegeleiding in de gemeente van de moeder uitgeput waren. De advocaat van de moeder heeft het verzoek gedaan of onderzocht kan worden of er in de gemeente van de vader nog mogelijkheden zijn om de Omgangsbegeleiding op te starten. Op dit verzoek is nooit een reactie gekomen.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de verzoeken van de vader afwijzen. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen enkele basis om de vader te belasten met het gezamenlijk gezag. Het opnieuw aanhouden van de procedure voor het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling acht de rechtbank niet wenselijk. De rechtbank overweegt dat deze procedure al sinds 2020 loopt en dat het belangrijk is dat er rust en duidelijkheid komt voor iedereen. Het is raadzaam als de vader het advies van de Raad gaat opvolgen door het volgen van de cursus ‘Geef me de 5’. Het is daarnaast belangrijk dat vader zich laat informeren over de problematiek van [de minderjarige] en dat hij gaat begrijpen wat dit betekent voor [de minderjarige] en haar omgeving. De rechtbank overweegt dat de vader eerst zelf aan zet is voordat gekeken kan worden naar contact met [de minderjarige] .

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken van de vader af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 januari 2026.