ECLI:NL:RBDHA:2026:2211

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/676306 / FA RK 24-8496
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 3 AlimentatieverordeningArt. 289 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging gezamenlijk gezag en vaststelling kinderalimentatie na echtscheiding

Partijen zijn sinds 2011 gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar eenhoofdig gezag toe te kennen, vanwege langdurige communicatieproblemen en het verbroken contact tussen vader en kind sinds juli 2025.

De vader erkent het contactgebrek maar wenst het gezamenlijk gezag te behouden, onder voorwaarden dat de dochter excuses aanbiedt. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind voorop staat en dat het eenhoofdig gezag bij de moeder noodzakelijk is, mede gelet op het standpunt van de minderjarige zelf.

Daarnaast stelt de rechtbank de kinderalimentatie vast op €25 per maand per kind, ondanks het verzoek van de vader om nihilstelling vanwege een schuldsaneringstraject, omdat onvoldoende bewijs is geleverd. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten, gezien het recht van de vader om zich te verweren in deze verstrekkende procedure.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en aan de moeder wordt eenhoofdig gezag toegekend; de vader betaalt €25 per maand per kind aan kinderalimentatie.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8495
Zaaknummer: C/09/676306
Datum beschikking: 8 januari 2026

Gezag en kinderalimentatie

Beschikking op het op 26 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.J. te Boekhorst te Leiden.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.D. Bauman te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van 28 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 1 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;
  • het F9-formulier van 2 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 2 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlage;
  • het F9-formulier van 3 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over de verzoeken.
Op 4 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De jongmeerderjarige [jongmeerderjarige] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 2008 tot 2011.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] .
- Daarnaast zijn zij de ouders van het volgende (jong)meerderjarige kind:
- [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2006 te [geboorteplaats 2] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De moeder, [minderjarige] en [jongmeerderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit. De vader heeft de Marokkaanse nationaliteit.
- Bij beschikking van 1 juni 2011 van de rechtbank Utrecht is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. Daarnaast is – voor zover hier van belang – bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben.
- De ouders hebben onderling een ouderschapsplan opgesteld, waarin zij – onder meer – afspraken hebben gemaakt over de zorgregeling en de kinderalimentatie.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
  • het gezamenlijk gezag te wijzigen in die zin dat de moeder belast wordt met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] ;
  • te bepalen dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie zal voldoen ten behoeve van [jongmeerderjarige] en [minderjarige] ad € 25,- per kind per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, te betalen vanaf de datum van indiening van dit verzoek;
  • de vader te veroordelen in de proceskosten;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunten moeder
De moeder verzoekt het gezamenlijk van de ouders te beëindigen en heeft ter onderbouwing hiervan – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Sinds de scheiding in 2011 communiceren de ouders niet met elkaar. Hierdoor zijn zij niet in staat om gezamenlijk beslissingen te nemen over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De vader houdt gezagsbeslissingen tegen, waardoor de moeder verschillende procedures heeft moeten voeren om vervangende toestemming te verkrijgen. Daarnaast heeft de vader de afgelopen jaren onregelmatig contact gehad met [minderjarige] . Op 11 juli 2025 heeft de vader [minderjarige] gevraagd hem uit haar telefoon te verwijderen en uit haar geheugen te wissen. Sindsdien is er geen contact meer geweest tussen [minderjarige] en de vader. Dat betekent dat de vader geen enkel zicht meer heeft op [minderjarige] en haar belangen niet in redelijkheid kan vertegenwoordigen.
Standpunten vader
De vader voert verweer. Hij erkent dat er op dit moment geen contact is tussen hem en [minderjarige] . Naar aanleiding van een discussie tussen hen over een vakantie naar Marokko heeft de vader [minderjarige] verzocht hem uit haar telefoon te verwijderen. Volgens de vader heeft hij deze uitspraak in een opwelling gedaan en staat hij open voor contact met [minderjarige] . Noodzakelijk is dan wel dat [minderjarige] haar excuses aanbiedt, omdat zij geen respect en eerbied voor de vader heeft getoond toen hij zijn toestemming voor een vakantie naar Marokko weigerde. Daarnaast stelt de vader dat hij gezagsbeslissingen nooit heeft tegengehouden. Hij heeft een aantal keer zijn toestemming niet gegeven, omdat er niet met hem werd gecommuniceerd of omdat de moeder hem onvoldoende kon geruststellen over een vakantie naar het buitenland. Het contact tussen de ouders ontbreekt en de moeder informeert hem niet over belangrijke zaken omtrent [minderjarige] , zoals haar medische situatie en schoolkeuze. De vader acht het van belang dat hij met het gezamenlijk gezag blijft belast, zodat hij deze informatie zelf kan blijven inwinnen.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken, is de rechtbank het volgende gebleken. Tussen de ouders hebben zich verschillende incidenten voorgedaan. Zij communiceren al jaren niet meer met elkaar en zijn niet in staat gezamenlijk gezagsbeslissingen over [minderjarige] te nemen. Hierdoor heeft de moeder al drie procedures moeten voeren om vervangende toestemming te verkrijgen.
Daarnaast hebben [minderjarige] en de vader inmiddels (ook) al anderhalf jaar geen contact met elkaar. Uit het gesprek met [minderjarige] heeft de rechtbank begrepen dat zij er op dit moment niet voor open staat om het contact met haar vader te herstellen nadat hij in de zomer van 2025 het contact heeft verbroken. Daarvoor is er te veel gebeurd. Haar vader weet ook niets van haar leven op dit moment, terwijl er allerlei belangrijke dingen zijn veranderd. Daarbij wil zij niet dat hij informatie over haar kan inwinnen, onder meer over haar medische situatie.
De Raad heeft op de zitting benadrukt dat het, gelet op haar leeftijd, van belang is dat [minderjarige] in haar wensen wordt gehoord. Het feit dat de vader het contact heeft verbroken, kan voor [minderjarige] als een grote afwijzing voelen. Het ligt dan ook op de weg van de vader om zich ervoor in te spannen dat het contact hersteld wordt en daaraan geen eisen te stellen.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is.
Het verzoek van de moeder om haar, met uitsluiting van de vader, met het gezag over [minderjarige] te belasten zal dan ook worden toegewezen.
De rechtbank heeft [minderjarige] bij brief over deze beslissing geïnformeerd. Deze brief luidt als volgt:
“Beste [minderjarige] ,
Op 3 december 2025 hebben wij elkaar gesproken over het verzoek dat je moeder heeft ingediend om het gezag van je vader te beëindigen. Dat was een goed gesprek, waarin je mij verteld hebt dat je geen band meer met je vader voelt nadat hij het contact met jou beëindigd heeft en dat je niet wilt dat hij nog belangrijke beslissingen over jou neemt of dingen, zoals ziekenhuiszaken, over je weet. Je hebt me verteld dat je veel minder stress hebt en dat het, sinds het contact verbroken is, ook beter met je gaat. Je gaat weer naar school en ook met je diabetes gaat het veel beter.
Ik heb de dag na ons gesprek met je vader en moeder over de zaak gesproken. Na alles wat ik gehoord en gelezen heb, ben ik tot het oordeel gekomen dat ik het beter vindt dat het gezag van je vader wordt beëindigd. Jouw mening is daarvoor belangrijk geweest. Ook belangrijk was dat je vader en je moeder niet samen kunnen overleggen en beslissingen nemen.
Ik hoop dat het goed met je blijft gaan en wens je veel succes met je nieuwe opleiding, die in februari 2026 van start gaat.
Met vriendelijke groet,
M.F. Baaij
kinderrechter”
KinderalimentatieRechtsmacht en toepasselijk rechtDe Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 van Pro de Alimentatieverordening bevoegd om van de alimentatieverzoeken kennis te nemen. De rechtbank zal op grond van artikel 3 van Pro het Haags Protocol 2007 het Nederlandse recht toepassen op de verzoeken met betrekking tot de kinderalimentatie, nu de onderhoudsgerechtigde ( [jongmeerderjarige] en [minderjarige] ) hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
Standpunten moeder
De moeder stelt dat de vader een bijstandsuitkering ontvangt. Daarom verzoekt zij vast te stellen dat de vader aan de moeder maandelijks een bedrag van € 25,- ten behoeve van [minderjarige] en € 25,- ten behoeve van [jongmeerderjarige] zal voldoen. [jongmeerderjarige] is jongmeerderjarig en heeft de moeder gevolmachtigd om namens haar in deze procedure op te treden.
Standpunten vader
De vader heeft op de zitting aangevoerd dat hij op dit moment leeft van een bijstandsuitkering. Daarnaast heeft hij schulden, waarvoor hij vrijwillig een traject tot schuldsanering heeft aangevraagd. Voor de aanvang van dit traject is het vereist dat de alimentatie op nihil wordt vastgesteld. Om de aanvraag rond te krijgen, moet de vader verschillende documenten aanleveren. Eén van deze documenten betreft een medisch bewijs, waaruit blijkt dat het voor hem noodzakelijk is om een auto te hebben. Zodra de vader dit bewijs heeft ontvangen, kan hij de aanvraag compleet maken.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. De vader heeft slechts een mailwisseling tussen hem en een medewerker van het buurtteam in Utrecht overgelegd, waaruit blijkt dat de vader heeft verzocht om ‘het traject’ opnieuw op te starten. De rechtbank is van oordeel dat de vader daarmee zijn stelling dat de kinderalimentatie op nihil moet worden gesteld in het kader van een schuldsaneringstraject, onvoldoende heeft onderbouwd. Omdat de vader een bijstandsuitkering ontvangt gaat de rechtbank, conform het Rapport alimentatienormen, ervan uit dat de vader een minimale draagkracht heeft van € 25,- per maand per kind. De rechtbank zal daarom de kinderalimentatie, met ingang van de datum van deze beschikking, vaststellen op een bedrag € 25,- per maand ten behoeve van [jongmeerderjarige] en € 25,- per maand ten behoeve van [minderjarige] .
Proceskostenveroordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 289 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in samenhang bezien met artikel 237 en Pro verder Rv, kan de rechtbank – al dan niet ambtshalve – een proceskostenveroordeling uitspreken.
Standpunten moeder
De moeder stelt dat zij meerdere keren is tegengewerkt door de vader. Zij heeft verschillende procedures moeten voeren om vervangende toestemming te verkrijgen. Doordat de vader gezagsbeslissingen tegenhoudt, is de moeder genoodzaakt (opnieuw) een procedure te voeren om het eenhoofdig gezag te verkrijgen. Gelet daarop acht de moeder het redelijk dat de vader wordt veroordeeld in de algehele proceskosten.
Standpunten vader
De vader voert verweer. Volgens hem is de onderhavige procedure van een andere orde dan de eerder gevoerde procedures tot het verkrijgen van vervangende toestemming. De vader verweert zich tegen het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag te beëindigen. Het is onrechtmatig als hij voor dat recht op verweer wordt gestraft door te worden veroordeeld in de algehele proceskosten.
Inhoudelijke beoordeling
In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners wordt terughoudend omgegaan met een proceskostenveroordeling om te voorkomen dat de relatie tussen partijen verder wordt belast. Als hoofdregel geldt dan ook dat iedere partij de eigen kosten draagt. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt van deze hoofdregel afgeweken, bijvoorbeeld als kosten zijn ontstaan door een onredelijke houding van de wederpartij. Deze nodeloze kosten kunnen dan ten laste worden gebracht van de partij die deze heeft veroorzaakt.
De rechtbank overweegt als volgt. De onderhavige procedure betreft een verstrekkende beslissing tot gezagsbeëindiging, die niet te vergelijken is met een procedure tot het verkrijgen van vervangende toestemming. De rechtbank is van oordeel dat het de vader vrij staat zich in deze procedure te verweren, zonder dat hij het risico loopt in de proceskosten te worden veroordeeld. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om van de hoofdregel af te wijken en zal de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] ;
*
bepaalt de door de vader, met ingang van de datum van deze beschikking, aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor de jongmeerderjarige [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2006 te [geboorteplaats 2] , op € 25,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
bepaalt de door de vader, met ingang van de datum van deze beschikking, aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] , op € 25,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 januari 2025.