Uitspraak
Hoofdverblijfplaats, gezag, zorgregeling en kinderalimentatie
Beschikking op het op 10 december 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken;
- het F9-formulier van 21 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door een tolk B. Karpinska;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en vergezeld door een tolk A. Glinka;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
Verzoek en verweer
- te bepalen dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de moeder;
- te bepalen dat de vader met ingang van de dag van indiening van het verzoekschrift als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de moeder € 500,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, althans zodanig bedrag en vanaf zodanige ingangsdatum als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
- de vader te belasten met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] ;
- primair:de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] te bepalen bij de vader;
- subsidiair:tussen de vader en [de minderjarige] een omgangs- c.q. zorgregeling te bepalen, waarbij [de minderjarige] bij de vader zal zijn:
Beoordeling
- wekelijks op dinsdag na school tot 19:00 uur;
- wekelijks op donderdag na school tot vrijdagochtend naar school;
- om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:00 uur;
- in de grote vakantie verblijft [de minderjarige] in een even jaar bij de vader in week 1 t/m 3 en bij moeder in week 4 t/m 6. In een oneven jaar is dat andersom;
- in de voorjaarsvakantie, de meivakantie en de herfstvakantie zal de reguliere (wekelijkse) zorgregeling doorlopen, tenzij een ouder met [de minderjarige] op vakantie wil. In dat geval vindt voorafgaand overleg tussen de ouders plaats;
- de kerstvakantie en de feestdagen in de kerstvakantie verdelen de ouders jaarlijks in goed onderling overleg;
- [de minderjarige] viert haar verjaardag daar waar zij conform de overeengekomen (reguliere) zorgregeling die dag verblijft. De andere ouder viert haar verjaardag op een andere dag.
Beslissing
- wekelijks op dinsdag na school tot 19:00 uur bij de vader verblijft;
- wekelijks op donderdag na school tot vrijdagochtend naar school bij de vader verblijft;
- om het weekend van vrijdag uit school tot zondag 19:00 uur bij de vader verblijft;
- wekelijks op maandag en woensdag telefonisch contact heeft met de vader;
- in de grote vakantie verblijft [de minderjarige] in een even jaar bij de vader in week 1 t/m 3 en bij moeder in week 4 t/m 6. In een oneven jaar is dat andersom;
- in de voorjaarsvakantie, de meivakantie en de herfstvakantie zal de reguliere (wekelijkse) zorgregeling doorlopen, tenzij een ouder met [de minderjarige] op vakantie wil. In dat geval vindt voorafgaand overleg tussen de ouders plaats;
- de kerstvakantie en de feestdagen in de kerstvakantie verdelen de ouders jaarlijks in goed onderling overleg. Daarbij geldt dat [de minderjarige] in de eerste week van de kerstvakantie in 2025 bij de moeder verblijft en in de tweede week bij de vader;
- [de minderjarige] viert haar verjaardag daar waar zij conform de overeengekomen (reguliere) zorgregeling die dag verblijft. De andere ouder viert haar verjaardag op een andere dag;