Verzoekster, geboren in 1988 in de Verenigde Arabische Emiraten en van Palestijnse afkomst, heeft een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Zij verzoekt de rechtbank om haar staatloosheid vast te stellen. De rechtbank betrekt de relevante landen Palestijnse Gebieden, Syrië, Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten in haar beoordeling.
De rechtbank concludeert dat verzoekster niet als onderdaan wordt beschouwd door de Palestijnse Gebieden, aangezien Nederland deze nationaliteit niet erkent. Ook is het niet aannemelijk dat zij de Syrische nationaliteit bezit, omdat zij niet voldoet aan de afstammingscriteria en de Syrische overheid haar als Palestijn zonder Syrische nationaliteit beschouwt. De geboorte in de Verenigde Arabische Emiraten geeft haar geen nationaliteit, omdat de nationaliteitswetgeving van dat land dit niet toekent zonder vaderlijke nationaliteit en naturalisatie voor Palestijnen praktisch niet mogelijk is.
Verder is vastgesteld dat verzoekster illegaal in Turkije verbleef, maar ook daar is het niet aannemelijk dat zij de Turkse nationaliteit heeft verkregen, omdat zij niet voldoet aan de wettelijke vereisten. De rechtbank stelt daarom vast dat verzoekster staatloos is. De vordering tot veroordeling van de Staat in proceskosten wordt afgewezen.