ECLI:NL:RBDHA:2026:2191

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
C/09/675648 / FA RK 24-8154
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens onbereikbaarheid vader en belangen minderjarige

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De vader woont sinds februari 2024 in het buitenland en is regelmatig onbereikbaar, waardoor de moeder problemen ondervindt bij het nemen van belangrijke beslissingen, met name op medisch gebied. De vader is op juiste wijze opgeroepen voor de zitting maar is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden sinds de echtscheiding in 2021 zijn gewijzigd. Er is sinds maart 2024 nauwelijks contact tussen vader en kind, en de vader speelt geen rol in de verzorging en opvoeding. De onbereikbaarheid van de vader belemmert de moeder bij het nemen van noodzakelijke beslissingen, wat nadelige gevolgen heeft voor het welzijn van het kind, dat kampt met gezondheidsproblemen.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is dat de moeder voortaan het eenhoofdig gezag krijgt toegewezen. De beslissing staat los van het contact tussen vader en kind, dat de rechtbank juist wil stimuleren. De moeder wordt tevens aangespoord de vader te blijven informeren over belangrijke zaken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder wegens onbereikbaarheid van de vader en het belang van het kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8154
Zaaknummer: C/09/675648
Datum beschikking: 9 januari 2026

Gezag

Beschikking op het op 7 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
volgens de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) sinds 11 februari 2024 wonende in [land] , op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 21 november 2024 van de moeder;
- de brief van 25 november 2024 met bijlage van de moeder;
- de brief van 18 november 2025 met bijlagen van de moeder.
Op 28 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en namens de Raad voor de Kinderbescherming [naam] .
In de Basisregistratie Personen staat de vader opgenomen als niet-ingezetene (RNI) met een bekend adres in [land] . De vader is op dit adres voor de zitting opgeroepen. Ook is een oproep voor de zitting verzonden naar het bij de moeder bekende e-mailadres van de vader en het bij de moeder bekende adres van de broer van de vader in Nederland. Daarnaast is de vader openbaar opgeroepen door middel van een advertentie in de op 28 oktober 2025 verschenen editie van de Staatscourant. De vader is, ondanks dat hij op de juiste wijze is opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt om haar met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2013 tot [datum 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] .
- [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Bij beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 24 februari 2021 is – voor zover hier aan de orde – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het door partijen ondertekende convenant, ook houdende een ouderschapsplan, opgenomen.

Beoordeling

Gezag
Op grond van artikel 1:253n eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als later de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan dus worden beëindigd als er a) een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) als wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek – verkort weergegeven – het volgende naar voren gebracht. De vader is in januari 2024 teruggekeerd naar [land] . [de minderjarige] wil heel graag contact met haar vader, maar sinds maart 2024 is er weinig tot geen contact meer geweest tussen hen. De vader belooft zo nu en dan dat hij naar Nederland komt om [de minderjarige] te zien, maar hij komt deze belofte regelmatig niet na, ook niet als hij om andere redenen wel in Nederland is. [de minderjarige] is dan vervolgens erg teleurgesteld en van slag. Zij kampt hierdoor met mentale en fysieke klachten waarvoor zij inmiddels hulp krijgt.
Volgens de moeder lukt het de ouders niet om gezamenlijk te overleggen als er belangrijke beslissingen over [de minderjarige] genomen moeten worden. Dit komt doordat de vader soms weken achter elkaar niet bereikbaar is en regelmatig van telefoonnummer wisselt zonder de moeder daarover te informeren. Onlangs liep een afspraak voor [de minderjarige] in het kinderziekenhuis vertraging op omdat de moeder de benodigde toestemmingsverklaring van de vader nog niet ontvangen had. De moeder maakt zich zorgen dat de onbereikbaarheid van de vader in de toekomst ook problemen kan geven als zijn toestemming nodig is als er verdere hulpverlening voor [de minderjarige] ingezet moet worden en ook als er schoolzaken en medische zaken geregeld moeten worden. Daarom verzoekt de moeder haar te belasten met het eenhoofdig gezag. De moeder benadrukt daarbij dat zij altijd het contact tussen [de minderjarige] en de vader altijd zal blijven aanmoedigen en ondersteunen.
De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] . Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de omstandigheden, ten opzichte van het moment waarop de ouders uit elkaar gingen, zijn gewijzigd. Onweersproken is gesteld dat er sinds maart 2024 weinig contact is geweest met de vader en dat de vader geen rol heeft in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . De vader is slecht bereikbaar voor de moeder, waardoor de moeder wordt belemmerd bij het nemen van beslissingen voor [de minderjarige] . Omdat [de minderjarige] kampt met gezondheidsproblemen, heeft dit vooral nadelige gevolgen op het moment dat medische zaken spelen. Hierdoor bestaat het risico dat de beslissingen over [de minderjarige] niet met de benodigde voortvarendheid genomen kunnen worden. Daarom vindt de rechtbank het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk dat de moeder voortaan alleen gezagsgerelateerde beslissingen over haar kan nemen. De rechtbank benadrukt daarbij dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] los staat van de gezagssituatie. De beslissing van de rechtbank betekent dus niet dat het de bedoeling is dat de vader uit het leven van [de minderjarige] verdwijnt. Integendeel, het zou [de minderjarige] juist enorm helpen als zij op regelmatige basis contact heeft met haar vader. Zij heeft zelf aangegeven dat zij dat heel graag wil en dat het haar verdriet doet dat zij hem zo weinig ziet. Ook wil de rechtbank de moeder meegeven dat van haar verwacht wordt dat zij de vader blijft informeren over alle belangrijke zaken aangaande [de minderjarige] .

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1980 te [geboorteplaats] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, (kinder)rechter, bijgestaan door
mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting
van 9 januari 2026.