Omgevingshuis vordert – na vermeerdering van eis - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat het COA onrechtmatig heeft gehandeld jegens Omgevingshuis door haar uit te sluiten van mededinging bij de huur van het hotel of de inkoop van overnachtingen/bedden in het hotel;
II. voor recht verklaart dat het COA schadeplichtig is jegens Omgevingshuis vanwege winstderving in verband met de het haar ontnemen van de mogelijkheid om het hotel aan het COA te verhuren, te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. het COA veroordeelt om binnen 14 dagen na de dag waarop dit vonnis is gewezen inzage te geven in het aantal vluchtelingen dat het COA sinds 1 april 2024 in het hotel heeft gehuisvest, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.000,- per dag waarop niet aan deze veroordeling is voldaan met een maximum van € 200.000,-;
IV. het COA veroordeelt om binnen 14 dagen na de dag waarop dit vonnis is gewezen inzage te geven in de bedragen die zij sinds 1 april 2024 aan LCHD en aan derden heeft voldaan voor de huur van het hotel middels facturen en bankafschriften, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.000,- per dag waarop niet aan deze veroordeling is voldaan met een maximum van € 200.000,-;
V. het COA veroordeelt de producties 1, 2 en 3 bij de conclusie van antwoord te vervangen door kopieën van de volledige overeenkomsten zonder zwartgelakte passages, alsmede de volledige overeenkomst van LCHD met de exploitant van het hotel, zijnde de overeenkomst waarop het COA zich in de hoofdzaak beroept, en de brief of akte waaruit blijkt dat het COA de overeenkomst met LCHD heeft opgezegd, binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag, dan wel een in goede justitie te bepalen dwangsom per dag met een maximum van € 50.000,- dan wel een in goede justitie te bepalen maximum;
VI. voor recht verklaart dat de raamovereenkomst van het COA met LCHD niet kan worden gelijkgesteld aan een huurovereenkomst in de zin van artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek (BW);
VII. het COA veroordeelt in de proceskosten.