Eiser, een Georgische staatsburger, vroeg asiel aan vanwege zijn politieke activiteiten en vrees voor vervolging bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser slechts een matige politieke overtuiging zou hebben en geen gegronde vrees voor vervolging. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de politieke activiteiten als marginaal worden gezien en waarom het ontbreken van politieke activiteiten in Nederland een matige overtuiging zou bevestigen.
Daarnaast heeft verweerder nagelaten relevante landeninformatie over het optreden tegen demonstranten in Georgië te betrekken bij de beoordeling. Ook is eiser niet gevraagd naar zijn toekomstige politieke activiteiten bij terugkeer, wat in strijd is met de geldende richtlijnen. Hierdoor is het besluit onzorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser aanvullend gehoord moet worden. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.