ECLI:NL:RBDHA:2026:2162

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
NL25.54630 en NL25.54631
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 31 lid 6 sub a VwArt. 31 lid 6 sub c Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs homoseksualiteit en dreiging in Jamaica

Eiser, afkomstig uit Jamaica, diende een opvolgende asielaanvraag in met het argument dat hij homoseksueel is en daardoor bij terugkeer in zijn land van herkomst een reëel risico loopt op ernstige schade. Hij stelde dat een livestream op TikTok, waarin zijn foto’s werden getoond en zijn seksuele geaardheid werd besproken en bekritiseerd, leidde tot bedreigingen door zijn neef en ex-vriendinnen. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van de homoseksualiteit en de dreiging.

De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd om zijn asielmotief te staven, ondanks dat hij nieuwe stukken had ingediend, zoals screenshots, aangiftes en opnames van de livestream. De verklaringen van eiser werden als oppervlakkig en onsamenhangend beoordeeld, en de overgelegde bewijzen waren niet overtuigend of verifieerbaar. Ook de bedreigingen werden niet aannemelijk gemaakt.

De rechtbank volgde verweerder in de conclusie dat de aanvraag kennelijk ongegrond was en handhaafde het terugkeerbesluit en het inreisverbod. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.54630 (beroep)
NL25.54631 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),

V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. D. van Elp)
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Izat).

Samenvatting

1. Eiser is afkomstig uit Jamaica. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Met deze opvolgende aanvraag stelt eiser te kunnen bewijzen dat hij homoseksueel is. Volgens eiser heeft er een livestream plaatsgevonden op Tiktok, waarbij foto’s van eiser zijn getoond en waarbij eisers homoseksualiteit is gedeeld en bekritiseerd. Eiser is tijdens de livestream door zijn neef bedreigd met de dood. Ook is eiser door zijn ex-vriendinnen [naam 1] en [naam 2] bedreigd. Bij terugkeer naar Jamaica vreest eiser dat hij zal worden vermoord. Daarom vindt eiser dat hij aangemerkt moet worden als vluchteling, dan wel als persoon die bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt op ernstige schade.
1.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Verweerder gelooft nog altijd niet dat eiser homoseksueel is. Ook gelooft verweerder de problemen daardoor niet. De rechtbank volgt verweerder. Daarom is het beroep ongegrond.
1.2.
Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 1 november 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat eiser niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.
2.2.
Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. C.T.W. van Dijk als waarnemer van de gemachtigde van eiser en [naam 3] als tolk.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser stelt de Jamaicaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997. Net zoals aan zijn eerste asielaanvraag legt eiser aan deze opvolgende asielaanvraag ten grondslag dat hij homoseksueel is en daarom problemen heeft ondervonden in Jamaica. Met deze opvolgende aanvraag stelt eiser te kunnen bewijzen dat hij homoseksueel is. Volgens eiser heeft er immers een livestream plaatsgevonden op Tiktok. Tijdens deze livestream zijn foto’s van eiser getoond en is zijn seksuele geaardheid gedeeld en bekritiseerd. Deze livestream zou zijn gemaakt door [naam 1] , een transgender die eisers ex-geliefde is. [naam 4] , volgers eiser een bekend persoon binnen de lhbti-gemeenschap, was de co-host tijdens deze livestream. Naast het maken van de livestream heeft [naam 1] eiser bedreigd met de dood. Ook [naam 2] , een andere transgender en eisers ex-geliefde, heeft eiser bedreigd. Tijdens de livestream op Tiktok heeft eisers neef, [naam 5] , eiser ook bedreigd met de dood. Eiser vreest dat hij door de livestream problemen zal krijgen met de Jamaicaanse gemeenschap bij terugkeer naar Jamaica.
In de beroepsfase heeft eiser filmpjes overgelegd van de livestream op Tiktok, alsmede kopieën van de aangiftes tegen [naam 1] en [naam 2] .
Het bestreden besluit
4. Volgens verweerder bestaat eisers relaas uit de volgende asielmotieven:
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst
Eisers seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen
4.1.
Verweerder gelooft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst. Eisers seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen vindt verweerder echter nog altijd niet geloofwaardig. Volgens verweerder heeft eiser immers geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven. Eiser heeft namelijk in de besluitfase geen documenten overgelegd die zijn relaties met [naam 1] en [naam 2] onderbouwen en hij heeft onvoldoende documenten overgelegd die zijn verklaringen over de livestream op Tiktok onderbouwen. Ook heeft hij onvoldoende documenten overgelegd van de bedreigingen. Om deze redenen voldoet eiser niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarnaast vindt verweerder eisers verklaringen onsamenhangend en niet aannemelijk. Volgens verweerder heeft eiser algemeen en oppervlakkig verklaard over zijn relatie met [naam 2] . Bovendien blijkt uit het screenshot dat eiser heeft overgelegd niet dat eisers neef hem met de dood heeft bedreigd. Tevens volgt verweerder niet dat eiser een paar maanden later weer contact zoekt met [naam 1] , terwijl [naam 1] eiser met de dood heeft bedreigd. Om deze redenen voldoet eiser ook niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
4.2.
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op basis van artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw. Eiser heeft al een terugkeerbesluit, waarin staat dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten. Met het bestreden besluit vaardigt verweerder ook een inreisverbod van twee jaar uit aan eiser.
Mocht verweerder concluderen dat eiser onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zijn asielaanvraag te staven?
5. Eiser voert aan dat verweerder niet mocht concluderen dat eiser onvoldoende inspanningen heeft geleverd om zijn asielaanvraag te staven. Eisers asielmotief ziet immers op zijn geaardheid en eisers verklaringen moeten daarbij het uitgangspunt zijn. Bovendien is de homoseksuele geaardheid geen asielmotief dat zich eenvoudig leent voor onderbouwing middels documenten. Daarnaast voert eiser aan dat verweerder rekening had moeten houden met het feit dat er een praktische verhindering was om documenten aan te leveren. Eiser zat immers in detentie. Verweerder heeft dat onvoldoende onderkend. Eiser voert verder aan dat verweerder eisers homoseksualiteit niet ongeloofwaardig mocht vinden. In de beroepsfase heeft eiser nieuwe stukken overgelegd om zijn homoseksualiteit te onderbouwen. Het gaat om foto’s van eisers Tinder-profiel, screenshots van bedreigingen, kopieën van de aangiftes tegen [naam 1] en [naam 2] en opnames van de livestream op Tiktok.
5.1.
De rechtbank volgt eiser niet. Uit verweerders toetsing volgt dat bij alle asielaanvragen allereerst wordt beoordeeld of de vreemdeling diens asielmotief middels documenten aannemelijk heeft gemaakt. Dit betekent echter niet dat verweerder daarmee de verklaringen van de vreemdeling minder belangrijk vindt. De rechtbank ziet in de toetsing van eisers asielaanvraag dat verweerder eisers verklaringen heeft meegenomen in zijn beoordeling. Desondanks heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiser onvoldoende inspanning heeft geleverd om zijn asielaanvraag te staven met documenten, omdat eiser in de besluitfase enkel een screenshot van de Tiktok-livestream had overgelegd en onvolledige aangiftes tegen [naam 1] en [naam 2] . Eisers stelling dat hij in detentie zat en daardoor moeilijk documenten kon aanleveren, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft immers in de zienswijze verklaard dat zijn vorige gemachtigde bewijsstukken heeft. Op 16 oktober 2025 is er contact geweest met deze gemachtigde. Eiser had toen de gelegenheid om de bewijsstukken bij deze gemachtigde op te vragen. Dit heeft eiser nagelaten. Daarnaast mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat eiser ruim de tijd heeft gehad om documenten te verzamelen voordat hij zijn tweede asielaanvraag indiende. Er zaten immers meerdere maanden tussen zijn eerste en tweede asielaanvraag.
5.2.
Ten aanzien van de opnames van de livestream op Tiktok stelt de rechtbank vast dat er tijdens de livestream inderdaad foto’s van eiser zijn gedeeld en dat kijkers vervelende opmerkingen over eiser hebben gemaakt. Nergens blijkt echter uit dat eisers foto’s zijn getoond vanwege zijn seksuele geaardheid. Ook is onvoldoende gebleken dat de Jamaicaanse gemeenschap eiser door deze livestream als homoseksueel beschouwt. In dit kader heeft de gemachtigde van verweerder zich ter zitting op het standpunt kunnen stellen dat eiser geen concrete berichten heeft overgelegd waaruit blijkt dat eiser als homoseksueel wordt gezien. In de zienswijze heeft eiser verwezen naar Jamaicaanse ‘slang’ die te lezen is in de reacties onder de livestream. Eiser heeft uitgelegd dat het woord ‘battyboy’ staat voor homo. De zin ‘Fuk you up dirt’ betekent: ‘Jij gaat omgebracht worden’. De rechtbank is echter van oordeel dat eiser niet heeft onderbouwd dat die betekenis daadwerkelijk aan deze woorden toekomt. Bovendien heeft eiser geen plausibele verklaring gegeven voor de omstandigheid dat [naam 4] ook tot de lhbti-gemeenschap hoort, maar dat diezelfde [naam 4] tijdens de livestream eisers homoseksualiteit bekritiseert.
5.3.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de gemachtigde van verweerder zich ter zitting op het standpunt heeft kunnen stellen dat de overgelegde aangiftes niet verifieerbaar zijn. Bovendien heeft de gemachtigde van verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat de inhoud van de aangiftes niet overeenkomt met eisers verklaringen. Er zijn immers verschillen in de tijdlijn. Zo heeft eiser tijdens het gehoor opvolgende aanvraag verklaard dat hij tussen maart en mei 2025 aangifte heeft gedaan tegen [naam 1] , maar het proces-verbaal van de aangifte tegen [naam 1] dateert van 10 februari 2025. Ook heeft eiser verklaard dat hij problemen had met [naam 1] tussen april en mei 2025, terwijl hij de aangifte al had gedaan tegen [naam 1] in februari 2025. Daardoor leiden de aangiftes niet tot een andere beoordeling.
5.4.
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de foto’s van eisers Tinder-profiel verweerder niet tot een andere conclusie hadden hoeven brengen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat iedereen een profiel kan aanmaken op Tinder. Verweerder heeft het Tinder-profiel daarom geen onderbouwing hoeven vinden van eisers homoseksualiteit. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiser de screenshots van de bedreigingen ook al heeft overgelegd tijdens zijn eerste asielprocedure. Deze screenshots zijn derhalve door deze rechtbank en zittingsplaats al beoordeeld in haar uitspraak over eisers beroep tegen de afwijzing van zijn eerste asielaanvraag. [1] Ook nu en alles in ogenschouw nemende, maken deze screenshots het oordeel van de rechtbank niet anders.
5.5.
De beroepsgrond slaagt niet.
Mocht verweerder eisers verklaringen onsamenhangend en onaannemelijk vinden?
6. Eiser voert aan dat verweerder eisers verklaringen niet onsamenhangend en onaannemelijk mocht vinden. Eiser voert hierover het volgende aan.
Eiser voert allereerst aan dat hij niet oppervlakkig heeft verklaard over zijn relatie met [naam 2] . Eiser verwijst naar het rapport opvolgende aanvraag, waarin eiser heeft verklaard dat hij en [naam 2] veel samen ondernamen, dat [naam 2] voor eiser kookte en dat hij langzamerhand emotionele gevoelens voor [naam 2] ontwikkelde. Hij kon fijn met haar praten en zij kwam volwassen over. Dat vond hij leuk aan haar. Ook gaf hij aan dat zij zorgzaam is. Eiser en [naam 2] wilden het beste in elkaar naar boven halen gedurende hun relatie. Volgens eiser zijn dit geen oppervlakkige verklaringen.
Daarnaast voert eiser aan dat verweerder niet heeft mogen concluderen dat het niet kan worden gevolgd dat eiser na een paar maanden weer contact opnam met [naam 1] . Als verweerder dat vreemd vindt, dan had verweerder eiser daarmee moeten confronteren tijdens het gehoor opvolgende aanvraag. Dat is niet gebeurd. Eiser blijft bij zijn standpunt dat hij [naam 1] heeft vergeven voor wat zij heeft gedaan.
6.1.
De rechtbank volgt eiser niet. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen over zijn relatie met [naam 2] oppervlakkig zijn. Eiser heeft immers oppervlakkig verklaard over hoe zijn seksuele relatie met [naam 2] overging op een liefdesrelatie. Ook nadat de hoormedewerker hierop had doorgevraagd, bleven eisers verklaringen oppervlakkig. Verweerder heeft zich ook op het standpunt mogen stellen dat eiser oppervlakkig en algemeen heeft verklaard over waarom hij zo geïnteresseerd was in [naam 2] als persoon. Eiser gaf immers aan dat hij goede gesprekken met [naam 2] kon voeren en dat ze zo volwassen was, maar toen de hoormedewerker hierop doorvroeg, herhaalde eiser zijn antwoorden en legde hij deze niet verder uit. Verweerder heeft meer van eisers verklaringen mogen verwachten, omdat eiser ook door zijn eerste asielprocedure ermee bekend is dat hij authentiek en persoonlijk moet verklaren over zijn relaties.
6.2.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder het niet heeft hoeven volgen dat eiser nu weer contact heeft met [naam 1] , terwijl [naam 1] hem een aantal maanden geleden met de dood heeft bedreigd en hij door toedoen van [naam 1] nu ook door anderen wordt bedreigd. De stelling van eiser dat verweerder hem hiermee had moeten confronteren tijdens het gehoor opvolgende aanvraag, volgt de rechtbank niet. Eiser hoeft immers niet met elke tegenstrijdigheid te worden geconfronteerd. Daarbij is van belang dat het in eerste instantie aan eiser is om consistente, gedetailleerde en specifieke verklaringen af te leggen over zijn asielrelaas.
6.3.
De beroepsgrond slaagt niet.
Mocht verweerder de asielaanvraag afwijzen als kennelijk ongegrond, het terugkeerbesluit handhaven en aan eiser een inreisverbod uitvaardigen?
7. Eiser voert aan dat verweerder eisers asielaanvraag niet kennelijk ongegrond had mogen verklaren en dat het eerder opgelegde terugkeerbesluit alsmede het inreisverbod niet kunnen worden gehandhaafd.
7.1.
De rechtbank volgt eiser niet. Gelet op bovenstaande overwegingen is de rechtbank immers van oordeel dat verweerder eisers homoseksualiteit nog altijd ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Verweerder heeft eisers opvolgende asielaanvraag daarom mogen afwijzen als kennelijk ongegrond op basis van de g-grond van artikel 30b, eerste lid, van de Vw. Hieruit volgt dat verweerder het eerder opgelegde terugkeerbesluit mag handhaven en dat verweerder aan eiser een inreisverbod mag uitvaardigen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
8.1.
Nu de rechtbank uitspraak doet over het beroep en dit ongegrond verklaart, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.
8.2.
Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Broekhof, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor wat betreft het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.